Mc.1,29-39 (14/01/2026)
29 Onmiddellijk daarna gingen zij naar buiten,
weg uit de plaats van samenkomst,
en gingen naar binnen in het huis van Simon en Andreas,
samen met Jakobus en Johannes.
30 Maar Simons schoonmoeder lag neer, gegrepen door koorts.
Onmiddellijk spaken zij hem over haar.
31 Hij ging naar haar toe,
nam haar bij de hand en richtte haar op.
Onmiddellijk verliet de koorts haar
en zorgde zij voor hen.
32 Toen de zon was ondergegaan en de sabbat ten einde,
brachten ze hem al wie erg zwak was of bezeten.
33 Heel Kafarnaum kwam samen bij de deur
34 en hij heelde velen die erg zwak waren door allerlei lijden
en wierp veel demonen naar buiten,
maar hij liet niet toe dat de demonen van hem getuigden.
35 Heel vroeg in de morgen, toen het nog donker was,
stond hij op en ging weg naar een eenzame plaats,
om daar te bidden.
36 Simon en wie bij hem waren, gingen hem achterna.
37 Toen ze hem gevonden hadden,
zeiden ze tegen hem: “Iedereen zoekt je!”
38 Hij antwoordde hen:
“Laten we naar ergens anders gaan,
naar de omliggende dorpen,
zodat ik ook daar kan verkondigen.
Dat is immers waarom ik op weg ben gegaan.”
39 Zo ging hij verkondigen
in de plaatsen van samenkomst [synagoge] in heel Galilea,
en dreef demonen uit.
Dat Jezus ‘door de kracht van de Geest’ (= dynamiek) in staat was allerlei zieken te genezen, mag wel duidelijk zijn. Dat christenen de tijden door – ook wij dus – de opdracht hebben daar ook mee bezig te zijn, dus ook. Als wij in dezelfde dynamiek als Jezus leven, zijn we daar ook toe in staat!
Toch mogen we Jezus’ – en dus ook ons – leven niet daartoe reduceren. Als de leerlingen hem ‘terug aan het werk’ roepen, zegt hij dat hij elders moet zijn, “zodat ik ook daar kan verkondigen”. Niet de genezingen zijn het doel, wel de verkondiging van het Koningschap van G-d. Dat is iets wat wel eens vergeten wordt bij die ‘ziekenzorg’, toen en nu.
En weeral eens – de eerlijke lezing van het Evangelie ‘verplicht’ ons er op te wijzen – is het ogenschijnlijk kleine, maar noodzakelijke centrum van dit alles dat Jezus zich terugtrekt op een stille plaats voor het gebed. Daarzonder zou hij – en wij – niet de zieken kunnen genezen en niet de onderscheiding kunnen maken dat hij ook naar andere plaatsen moet om het over G-ds koningschap te hebben.

