Mc.3,31-35 (27/01/2026)

31     Nu kwamen zijn moeder en broers naar hem toe.
       Buiten staande, zonden ze iemand om hem te roepen.
32     Er zat een menigte rond hem.
       Ze zeiden:
       “Kijk, je moeder en broers staan buiten en zoeken je.”
33     Hij antwoordde hun:
       “Wie is mijn moeder? Wie zijn mijn broers?”
34     En rondkijkend naar al wie in een kring rondom hem zat, zei hij:
       “Kijk … mijn moeder en mijn broers …!
35     Want al wie de bedoelingen van God doet,
       die is mijn broer, mijn zus, mijn moeder.”

Net zoals afgelopen zaterdag over het nalaten van eten, gaat het hier over het heel ‘natuurlijke’ gegeven van de menselijke familiebanden. En ook hier zien we Jezus er nogal creatief mee omspringen. We mogen daar niet uit concluderen alsof Jezus ‘daar boven stond’, alsof hij een of ander superwezen was die dat allemaal niet nodig had. Dat zou een aanfluiting zijn van het meest typische én cruciale geloofspunt in ons Christendom, namelijk de ‘incarnatie’, het diep-wonderlijke en o zo bevrijdende gegeven dat G-d méns is geworden. En hoe zouden we kunnen zeggen dat hij méns is geworden als dat niet met alles erop en eraan was?! Nee, ook die heel ‘natuurlijke’ dingen als eten en familie waren Jezus wel degelijk even eigen als voor ons.
Wel gaat hij er dus op een creatieve, dat is: scheppende!, wijze mee om. Hij zorgt ervoor dat ze de mens niet vastzetten in zijn klein-menselijkheid, maar hij maakt ze tot instrument om mensen te doen groeien naar hun groot-menselijkheid, naar G-d toe.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280