Mc.4,35-41 (31/01/2026)
35 Op diezelfde dag, toen het avond was geworden,
zei hij tegen hen:
“Laten we naar de overkant van het meer gaan.”
36 Ze lieten de menigte gaan
en namen hem mee, zoals hij in de boot zat.
Ook andere bootjes waren bij hem.
37 Er stak een hevige stormwind op
en de golven stortten zich op de boot,
zodat die al vol liep.
38 Hij lag ondertussen op het achterschip, op een kussen, te slapen.
Ze maakten hem wakker en zeiden:
“Meester, raakt het jou niet dat we vergaan?”
39 Nu wakker geworden, strafte hij de wind af
en zei tegen het meer: “Zwijg! Wees stil!”
En de wind bedaarde
en er ontstond een grote stilte.
40 Hij zei tegen hen:
“Waarom zijn jullie zo bang?
Hoe kunnen jullie nog zo zonder vertrouwen zijn?”
41 Zij echter werden erg bevreesd
en zeiden tegen elkaar:
“Wie is hij toch,
dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?”
Gisteren hoorden we dat het koninkrijk van G-d alles te maken heeft met vertrouwen. Vandaag horen we hoe de leerlingen aan den lijve moeten ervaren dat theorie en mooie verhaaltjes heel wat anders zijn dan de rauwe realiteit.
Het stormt. Ze zijn bang. Jezus heeft dan wel mooi gesproken, maar wat nu? Waar blijft hij nu met zijn mooie woorden? Waarom doet hij niets? Ze durven niet vertrouwen en maken Jezus wakker. Het eerste wat hij doet, is rust brengen. Hij zorgt voor stilte, om te kunnen luisteren. Een beetje ontgoocheld spreekt hij hen toe. Horen ze eigenlijk wel wat hij hen te zeggen heeft? Jezus heeft het over hún angst, hún gebrek aan vertrouwen. Hij vraagt zich af hoe het met hún geloof gesteld is. En zij? Zij lijken zich alleen te focussen op wat hij gedaan heeft. Ja, dat is ontzagwekkend, maar daar gaat het voor Jezus niet om. Het gaat om hún geloofsgroei: “Hoe kunnen jullie, na al die tijd, nog zo zonder vertrouwen zijn?”
En deze vraag wordt ook aan ons gesteld!

