Mc.16,15-20 (25/04/2026)
15 Jezus zei tegen hen [zijn leerlingen]:
“Ga de hele wereld in
en verkondig de bevrijdende boodschap
aan de gehele schepping!
16 Wie in vertrouwen zal leven
en ondergedompeld worden,
die zal bevrijd worden;
maar wie niet in vertrouwen zal leven,
zal veroordeeld worden.
17 En dit zijn de tekenen
die de vertrouwenden zullen vergezellen:
Ze zullen in mijn naam demonen uitdrijven,
ze zullen nieuwe talen spreken,
18 ze zullen slangen vastnemen
en dodelijk vergif drinken zonder dat het hen schaadt,
ze zullen zwakken de handen opleggen
en ze zullen het goed stellen.”
19 Nadat de Heer zo tegen hen gesproken had,
werd hij opgenomen in de hemel [1Kon.2,11]
en zit aan de rechterhand van God. [Ps.110,1]
20 Maar zij trekken er op uit en verkondigen overal.
De Heer werkte met hen mee
en bekrachtigde het woord
door de tekens die het vergezelden.
We willen zo graag eerst begrijpen, analyseren, … en pas daarna komt – misschien – geloof. Maar Jezus draait dat volledig om. Vertrouwen komt eerst, niet als eindpunt van mijn denken, maar aan het begin van een sprong. Vertrouwen is geen resultaat van inzicht. Het is de keuze om los te laten terwijl je nog niet alles ziet. En dan begint er iets te bewegen.
Als G-d werkelijk ruimte krijgt in een leven, wanneer niet de controle maar zijn richting bepalend wordt, dan gebeuren er dingen die je niet kan plannen, verklaren of voorspellen. Dan wordt een leven niet langer beheerst door controle, maar door overgave — en precies daar kan het wonder zich tonen. Maar waar dat vertrouwen ontbreekt, blijft alles binnen de grenzen van wat je zelf kan dragen. En dat eindigt zelden in leven.
De leerlingen wagen vol vertrouwen de sprong. En precies daar gebeurt het onmogelijke: zij spreken, en G-d bevestigt. Zij durven, en iets groters draagt hun woorden.
Misschien is de echte vraag of ik durf te vertrouwen, mijn leven durf toe te vertrouwen aan G-d?

