Mc.11,11-25 (29/05/2026)
11 Zo kwam Jezus aan in Jeruzalem,
ging de tempel binnen en nam alles in ogenschouw.
Het werd laat.
Hij trok naar buiten, naar Betanië, samen met de twaalf.
12 De volgende morgen gingen ze weg uit Betanië.
Hij kreeg honger.
13 Hij zag in de verte een vijgenboom met bladeren
en ging kijken of er iets aan te vinden was.
Maar daar gekomen vond hij niets dan bladeren;
het was ook nog niet de gunstige tijd voor de vijgen.
14 Jezus reageerde hierop en zei:
“Tot in eeuwigheid zal niemand nog vruchten van jou eten.”
Zijn leerlingen hoorden dit.
1 5 Ze kwamen in Jeruzalem
en toen Jezus de tempel binnenging,
begon hij de kopers en verkopers van het tempelplein te jagen,
en de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de verkopers
omver te gooien
16 en hij liet niet toe
dat iemand nog met goederen
het tempelplein als doorpassage gebruikte.
17 En hij onderrichtte hen: “Staat er niet geschreven:
Mijn huis zal een huis van gebed voor alle volken genoemd worden? [Jes.56,7]
Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!” [Jer.7,11]
18 De schriftgeleerden en hogepriesters hoorden dit
en zij zochten hoe ze hem konden uit de weg ruimen,
maar ze waren bang voor hem,
want heel het volk was uitermate vervuld over zijn leer.
19 Toen het al laat was geworden, trokken ze weg uit de stad.
20 Toen ze ’s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen,
zagen ze dat die verdord was vanaf de wortel.
21 Her-innerend zei Petrus tegen Jezus:
“Rabbi [meester], kijk, de vijgenboom die je vervloekt hebt, is verdord!”
22 Jezus antwoordde aan allen: “Heb vertrouwen in God.
23 Amen, ik zeg jullie:
Wie tegen deze berg zegt: verhef je en werp je in zee,
en in zijn hart niet twijfelt,
maar vertrouwt dat wat hij zegt gebeurt,
voor hem zal het zijn zoals hij zegt.
24 Daarom zeg ik jullie:
Alles wat je biddend vraagt [je verlangen uitspreekt],
vertrouw dat je ontvangt, en het zal er voor je zijn.
25 Wanneer je bidt,
vergeef [laat los], als je tegen iemand iets hebt,
opdat ook jullie Vader in de hemelen
jullie overschrijdingen vergeeft.
Jezus lijkt in geen te beste bui geweest te zijn die dag. De vijgenboom moet het ontgelden – kon die eraan doen dat het niet de tijd van de vijgen was … –; de verkopers moeten het ontgelden – konden die eraan doen dat de tempeldienst nu eenmaal zo voorzien was dat er offers moesten zijn … Menselijk als hij was kon hij duidelijk ook wel eens kwaad worden, ook al heeft de traditie van hem meestal een vroom plaatje gemaakt.
Toch zou het natuurlijk geen ‘evangelie’ zijn als het alleen maar om een kwaaie uitval zou gaan. Jezus’ handelingen hebben meestal een teken-waarde. Het gebeuren met de vijgenboom verwijst trouwens (wellicht) naar wat er in de tempel gebeurt: er is ontgoocheling en kwaadheid – meestal een uiting van verdriet! – bij Jezus om de onvruchtbaarheid van de tempel-cultus, als die gereduceerd wordt tot een handelsactiviteit. Religie blijft dor als ze niet vanuit een biddend hart vertrekt.
Jezus toont hier in zijn eigen optreden dat een ‘lauw’ geloof tot niets leidt …

