Mc.11,27-33 (30/05/2026)

27     Ze kwamen weer in Jeruzalem.
       Toen ze op het tempelplein wandelden,
       kwamen hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten naar hem
28     en vroegen:
       “Met welke volmacht doe jij deze dingen
       [de zuivering van het tempelplein],
       en wie heeft je die volmacht gegeven om dat te doen?”
29     Jezus antwoordde hen:
       “Ik zal jullie ook één iets vragen,
       en als je mij antwoord geeft,
       zal ik jullie zeggen met welke volmacht ik dit doe.
30     Het doopsel door Johannes,
       was dat van de hemel uit, of van mensen uit?
       Geef mij antwoord.”
31     Ze overlegden onder elkaar:
       “Als we zeggen: van de hemel uit,
       dan zal hij zeggen:
       waarom heb je dan geen geloof gehecht aan hem?
32     Maar als we zeggen: van de mensen uit, …”
       Ze waren bang voor het volk,
       want allen hielden hem werkelijk voor een profeet.
33     Ze gaven Jezus ten antwoord:
       "Wij weten het niet.”
       En daarop zei Jezus tegen hen:
       “Dan zeg ik jullie ook niet met welke volmacht ik dit doe.”

De reactie van Jezus op de – niet onterechte – vraag van de hogepriesters kan een beetje kinderachtig overkomen, maar eigenlijk heeft hij wel een punt. Als ze niet bereid zijn het antwoord te accepteren op de vraag die ze stellen, waarom zou je dan het antwoord geven? Een waarachtig gesprek kan pas ontstaan als er bereidheid is tot een open luisteren, en men zich niet wegsteekt achter spitsvondige redeneringen of geen kleur wil bekennen. Jezus merkt dat die openheid er niet is, dus legt hij voor hen ook niet ‘zijn ziel open’.
Uit het geheel van het Evangelie weten wij wel zo een beetje welk antwoord Jezus ongeveer zou geven. Daarin ‘ligt zijn ziel/geest wél open’. Staan wij er werkelijk voor open? Zijn wij bereid zó te luisteren dat we het niet alleen ‘horen’ maar er ook ‘gehoorzaam aan worden’?

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280