Mc.12,18-27 (3/06/2026)
18 Nu kwamen er sadduceeën bij hem.
Zij [als religieuze stroming voor wie enkel de eerste vijf boeken van de Schrift bepalend waren] zeggen dat er geen opstanding [uit de doden] is.
Ze vroegen Jezus:
19 “Meester, Mozes heeft ons geschreven:
Als iemands broer sterft
en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen,
dan moet die broer bij de vrouw een nakomeling verwekken
voor zijn broer. [Deut.25,5-10]
20 Nu waren er eens zeven broers.
De eerste huwde en stierf zonder nakomeling.
21 De tweede huwde haar, maar ook hij stierf zonder nakomeling.
De derde evenzo.
22 Zo huwden alle zeven haar zonder een nakomeling na te laten.
Als laatste stierf ook de vrouw.
23 Bij de opstanding nu, van wie zal zij de vrouw zijn,
want alle zeven hebben haar als vrouw gehad?”
24 Jezus antwoordde hen:
“Dwalen jullie niet,
omdat je niet in kennis bent met de Schrift
noch met de dynamiek van God?
25 Want wanneer zij opstaan uit de doden,
huwen ze niet en worden niet gehuwd,
maar zijn ze als engelen in de hemelen.
26 En over de doden, dat zij opstaan:
Hebben jullie niet gelezen in het boek van Mozes
hoe God bij de braamstruik tegen hem zei:
‘Ik ben de God van Abraham,
de God van Isaak en de God van Jakob’?
27 Hij is toch geen God van doden, maar van levenden?!
Jullie dwalen ernstig!”
“Is er leven na de dood?”
Deze vraag blijft mensen bezighouden. Ook Jezus kreeg die vraag. De sadduceeën komen met een slim bedacht verhaal om het geloof in de verrijzenis belachelijk te maken. Maar Jezus laat zich niet meeslepen in hun redenering. Hij geeft geen beschrijving van het hiernamaals, geen uitleg die alle mist doet verdwijnen, maar verlegt de focus: G-d is geen G-d van doden, maar van levenden.
‘Dood’ heeft bij G-d geen plaats; transformatie van leven wel. Wat voor ons een einde lijkt, wordt door G-d omgevormd tot nieuw leven.
Misschien hoeven we niet alle antwoorden te kennen over leven na de dood. Het evangelie nodigt ons uit om erop te vertrouwen dat G-ds liefde sterker is dan onze eindigheid en dat elk leven, hoe kwetsbaar ook, uiteindelijk thuiskomt in de ondenkbaar grote liefde van G-d.

