Zoek
Zoektip
Zoektip:
tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mt.20,1-16a (20/08/2025)
1 Want het koninkrijk der hemelen is als een landheer
die vroeg in de morgen naar buiten ging
om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.
2 Hij kwam met hen overeen voor een dagloon
en zond ze dan naar zijn wijngaard.
3 Toen hij rond het derde uur weer naar buiten ging,
zag hij anderen, die werkloos waren, op de markt staan.
4 Hij zei tegen hen: “Gaan ook jullie naar mijn wijngaard.
Ik zal jullie geven wat billijk is.”
5 En ze gingen er heen.
Rond het zesde uur ging hij nog eens naar buiten
en weer op het negende
en telkens deed hij hetzelfde.
6 Rond het elfde uur ging hij opnieuw naar buiten
en trof weer anderen daar werkloos staan.
Hij zei tegen hen: “Wat staan jullie hier de hele dag werkloos?”
7 “Niemand heeft ons gehuurd,” antwoordden ze.
Daarom zei hij opnieuw: “Gaan ook jullie naar mijn wijngaard.
Je zult ontvangen wat billijk is.”
8 Toen het avond was geworden,
zei de heer van de wijngaard tegen zijn beheerder:
“Roep de arbeiders en betaal hun het loon,
te beginnen bij de laatsten, en zo tot de eersten.”
9 Degenen van het elfde uur kwamen dus
en ontvingen elk het dagloon.
10 Toen nu degenen van het eerste uur kwamen,
meenden zij dat ze meer zouden krijgen.
Maar ook zij ontvingen elk het dagloon.
11 Ze namen het wel aan,
maar gingen morren tegen de landheer:
12 “Deze laatsten hebben maar één uur gewerkt
en je stelt hen gelijk aan ons
die de lange duur en de brandende hitte van de dag getorst hebben.”
13 Hij antwoordde echter: “Vriend, ik doe je toch geen onrecht?
Ben je niet met mij overeengekomen voor een dagloon?
14 Aanvaard wat van jou is en ga.
Ik wil echter aan de laatsten geven zoals aan jou.
15 Mag ik met het mijne niet doen wat ik wil?
Of ben je kwaad omdat ik goed ben?”
16 Zo zullen de laatste de eersten zijn
en de eersten de laatsten.
Drie maal staat er dat de landheer zal geven “wat billijk” is. Bij de uitbetaling vernemen we dat dat hetzelfde dagloon is als iedereen. De landheer – G-d – wil dus aan iedereen geven wat hij nodig heeft om de dag door te komen!
Laten we dat even goed tot ons doordringen. Hetzelfde als waar we dagelijks om bidden (in het OnzeVader: Geef ons vandaag ons dagelijks/nodige brood) wíl G-d ons ook schenken, en hij dóet dat ook, zelfs als wij het niet ‘verdienen’! Het ‘koninkrijk der hemelen’ – want daar gaat de hele parabel over – is dus geen ‘verdienmodel’, maar een ‘ontvang-model’! Dat is dus – weeral eens – de wereld op z’n kop.
Maar blijkbaar hebben mensen – ménsen, niet G-d – het daar moeilijk mee. Blijkbaar vinden we ‘wat we nodig hebben’ niet genoeg! Op zich een vreemde redenering – durf het maar even na te gaan –, maar onze dagen zitten er vol van, van dat streven naar ‘méér dan we nodig hebben’!
Hoe bevrijdend zou het zijn als we er durven op vertrouwen dat G-d ons wíl geven wat billijk is …