Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mt.22,1-14 (21/08/2025)

     Daarop vertelde Jezus [aan de afgezanten van de Joodse oversten]
       opnieuw een gelijkenis:
     “Het koninkrijk der hemelen is als een koning
       die een bruiloftsfeest houdt voor zijn zoon.
     Hij zond zijn dienaren om de genodigden op te roepen voor het feest, maar zij wilden niet komen.
     Opnieuw zond hij andere dienaren, met de woorden:
       “Zeg tot de genodigden:
       Mijn maaltijd is bereid,
       mijn ossen en mestvee zijn geslacht,
       alles is bereid.
       Kom toch naar het bruiloftsfeest!”
     Maar zij trokken er zich niets van aan en gingen weg,
       de een naar zijn akker, een ander naar zijn handel.
     Nog anderen grepen de dienaren vast
       en mishandelden en doodde hen.
     Toen de koning dit hoorde,
       ontstak hij in woede.
       Hij stuurde zijn troepen
       om die moordenaars om te brengen
       en hun stad in brand te steken.
     Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren:
       “Het bruiloftsfeest was wel bereid,
       maar de genodigden zijn het niet waard geweest [/waren niet bereid].
     Ga naar de wegen die uitmonden buiten de stad
       en nodig al wie je daar zult vinden uit voor het bruiloftsfeest!”
10    De dienaren trokken nu naar die buitenwegen
       en verzamelden allen die ze er vonden,
       slechten zowel als goeden,
       en de bruiloftszaal liep vol met tafelgenoten.
11    Nu kwam de koning binnen om de gasten te begroeten.
       Hij zag een man die niet gekleed was voor een bruiloftsfeest
12    en vroeg hem:
       “Waarom ben je hier binnengekomen
       als je niet gekleed bent voor het feest?”
       Hij verstomde …
13    Daarop zei de koning tegen zijn dienaren:
       “Aan handen en voeten gebonden neem je hem mee
       en werp je hem eruit,
       in de buitenste duisternis.
       Daar zal geween zijn en tandengeknars.”
14    Want velen zijn uitgenodigd,
       maar weinigen behouden.”

Net zoals gisteren vertelt Jezus een parabel om iets duidelijk te maken over ‘het koninkrijk der hemelen’ – dat is: de wereld zoals G-d die droomt en aan de mensen wil schenken – als zij er maar voor open staan.
Ja, ook net als gisteren, staat ‘de koning’ – G-d – daar met een prachtig en gul geschenk in zijn handen. Hij reikt het aan, zomaar, omwille van zíjn vreugde!, maar ze nemen het niet aan. Híj was bereid, maar zij (= wij) niet!
Deze parabel heeft echter een dubbele laag. Het feit dat ze dan maar ‘buiten de muren’ moeten gaan zoeken, spreekt er helemaal over dat geloof/christen-zijn echt niet enkel en alleen te vinden is ‘binnen de muren van het kerkgebouw’! Zoals paus Franciscus het vaak herhaalde: we moeten dringend naar buiten, om dáár de mensen tegemoet te treden, en er – misschien tot onze verbazing – méér geloof aan te treffen dan we zouden denken!
Toch neemt die uitbundige gulheid van G-d niet de vraag naar de bereidheid weg. Dat vertelt ons het laatste deel van de parabel.
Waar bevind ík mij ergens in dit ‘verhaal’?