Zoek
Zoektip
Zoektip:
tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mt.22,34-40 (22/08/2025)
34 Maar toen de Farizeeën hoorden
dat hij de Sadduceeën de mond had gesnoerd,
kwamen ze bijeen
35 en één van hen, een wetgeleerde, ondervroeg hem:
36 “Meester, wat is het grootste gebod in de wet?”
37 Jezus antwoordde:
“Je zult de heer je God daad-werkelijk liefhebben,
met geheel je hart,
met geheel je geest
en met geheel je verstand. [Deut.6,5]
38 Dat is het grootste en eerste gebod.
39 Het tweede is daaraan gelijk:
Je zult wie jou nabij komt
daad-werkelijk liefhebben als jezelf. [Lev.19,18]
40 Aan deze twee geboden
hangen geheel de wet en de profeten.
De evangelist Matteus plaatst de vraag naar ‘het grootste gebod’ in de context van een discussie over welke accenten moeten worden gelegd in het geheel van de geboden. Ten tijde van Jezus waren er immers verschillende stromingen die elk hun eigen accenten legden. (We horen er vaak over in de Evangelies: Farizeeën, Sadduceeën, wetgeleerden, …) Maar Jezus laat zich in geen van die kampen duwen. Hij houdt zijn eigen ‘rechte weg’ aan. En dat doet hij door enerzijds naar de kern van de geboden te gaan, en anderzijds er geen of-of-zaak van te maken, maar een en-en!
Je kunt niet waarachtig G-d liefhebben zonder tegelijk ook de mensen lief te hebben – want zij zijn zíjn lievelingen! Even goed kun je niet waarachtig de mensen liefhebben zonder tegelijk ook G-d lief te hebben – want wie ten diepste naar de mens kijkt, ziet G-d!