Zoek
Zoektip
Zoektip:
tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mt.23,1-12 (23/08/2025)
1 Vervolgens sprak Jezus de menigte en zijn leerlingen toe:
2 “De schriftgeleerden en farizeeën zetten zich op de leerstoel van Mozes.
3 Neem dus in acht en doe
alles wat ze jullie zeggen,
maar handel niet naar hun daden,
want zij zeggen het wel, maar doen het niet.
4 Ze binden zware lasten bijeen
en leggen die op de schouders van de mensen,
terwijl ze zelf ze met geen vinger verroeren.
5 En de werken die ze doen,
doen ze om zich te tonen aan de mensen.
Ze maken hun gebedsriemen breed
en de kwasten van hun mantel groot.
[Beide waren uiterlijke symbolen van Godsverbonden leven;
de wet bepaalde echter niet hoe groot die waren.]
6 Ze hebben graag de voornaamste plaatsen
bij maaltijden en in de samenkomsten [synagoge];
7 ze hebben graag dat ze op de markt worden begroet
en dat ze door de mensen rabbi [mijn meester] worden genoemd.
8 Jullie echter moeten je geen rabbi laten noemen,
want jullie hebben maar één leermeester,
terwijl jullie allemaal broers en zussen zijn.
9 Noem niemand op aarde jullie Vader,
want jullie hebben maar één Vader,
de Vader in de hemelen.
10 Laat je ook geen leermeester/leider noemen,
want jullie hebben maar één leermeester/leider,
de Gezalfde [christos/messiah].
11 Maar de grootste onder jullie
zal je dienaar zijn.
12 Wie zichzelf verheft,
zal klein worden,
en wie zichzelf klein maakt,
zal verheven worden.”
Hier hebben we opnieuw een voorbeeld van hoe het er Jezus nooit om te doen is geweest de bestaande godsdienst omver te werpen of iets helemaal anders te beginnen. Integendeel, hij is zelfs heel gezagsgetrouw: “Doe alles wat ze jullie zeggen.”
Maar om dat ‘doen’ gaat het wél! De woorden alleen volstaan niet; ze moeten ook nageleefd en uitgevoerd worden. Daar bekritiseert hij de gezaghebbers over.
Voor ons is het altijd meegenomen dat Jezus’ kritiek zich lijkt te concentreren op de gezaghebbers – waar wij ons dan makkelijkheidshalve niet bij rekenen. Maar zou zijn kritiek niet even veel gelden voor ‘gewone’ gelovigen? Zou daar niet evenzeer gelden dat woorden niet volstaan? Hoe staat het met de (in)consequenties in óns leven? Als wij nu eens alles wat wij zéggen, ook zouden dóen …
Eén van de moeilijkste aspecten echter van het christen-zijn zit hem echter in dat dienaar zijn, dienaar van onze eigen woorden …