Mt.1,18-24 (18/12/2025)
18 De geboorte van Jezus de gezalfde [Christos-Messiah] verliep zo:
Zijn moeder, Maria, was verloofd met Jozef.
Voor zij echter gingen samen leven,
werd zij zwanger bevonden uit heilige geest.
19 Haar man Jozef, die integer was,
wilde haar niet openlijk te schande maken
en dacht erover haar in het geheim weg te sturen.
20 Kijk! Terwijl hij deze dingen overdacht,
verscheen een boodschapper [engel] van de Heer
in een droom aan hem:
“Jozef, zoon van David,
wees niet bang Maria, je vrouw,
bij jou te nemen,
want wat in haar is verwekt
is uit heilige geest.
21 Ze zal een zoon baren
en je moet hem de naam Jezus [de Heer is redding] geven,
want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.”
22 Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden
wat vanwege de Heer door de profeet is gezegd:
23 Zie, de jonge vrouw zal zwanger worden
en een zoon baren
en ze zullen hem noemen: Immanuël [Jes.7,14],
wat betekent: God met ons.
24 Ontwaakt uit de slaap
deed Jozef nu zoals de boodschapper van de Heer
hem had opgedragen
en nam zijn vrouw bij zich.
Wanneer Jozef ontdekt dat zijn verloofde zwanger is, zinkt de grond onder zijn voeten weg. Hij lijkt de regie over zijn leven volkomen kwijt te zijn. Wat kan hij doen? Allerlei opties flitsen door zijn hoofd. Hij raakt er niet uit, maar wanneer het eerste rumoer wat gaan liggen is, hoort hij (in een droom) een boodschap van G-d.
Wat moet hij doen? Nog een optie meer om te overwegen: Stuurt hij Maria weg? Gaat hij zelf weg? Zet hij zichzelf opzij en zegt hij ‘ja’ tegen G-d? Is hij bereid om ruimte te maken voor nieuw leven?
Zijn antwoord zal beslissend zijn. Ja zeggen tegen G-d betekent immers dat hij zich verbindt met wat hem overkomt én dat hij toelaat dat het ik – dat ik dat de regie heeft – zijn centrale plaats ontnomen wordt.
Jozef zegt já. Hij is bereid!
En wij?

