Mt.6,7-15 (24/02/2026)
7 Als je bidt, babbel er dan niet op los,
zoals veel volkeren doen.
Zij denken dat ze door hun veelheid aan woorden
verhoord zullen worden.
8 Doe hen niet na!
Je Vader weet wat je nodig hebt
nog voor je het hem vraagt.
9 Bid als volgt:
Onze Vader in de hemelen,
geheiligd worde jouw Naam,
10 kome jouw koningschap,
gebeure jouw bedoeling
op aarde zoals in de hemel
11 Geef ons vandaag
ons nodige brood
12 en vergeef ons onze schulden
zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,
13 en lever ons niet over aan de aanvechtingen,
maar verlos ons van het kwade.
14 Want als je de mensen hun misstappen vergeeft,
vergeeft je hemelse Vader ook jou;
15 maar als je aan de mensen hun misstappen niet vergeeft,
vergeeft je hemelse Vader ook jou niet.
Het Onzevader kun je wel terecht het meest centrale gebed van het Christendom noemen. Dat is natuurlijk logisch omdat het ons in het Evangelie meegegeven is. Zelfs de exegeten zijn het er grotendeels mee eens dat het rechtstreeks van Jezus stamt.
Toch vind ik het geen gemakkelijk gebed. Bij sommige zinsneden kan ik me wel wat voorstellen, bij andere al veel minder. Dat is ook al wat afhankelijk van de vertaling, maar eigenlijk ben je dan al aan het interpreteren. Nu, ik denk dat we dat moeten blijven doen. We moeten blijven ‘knabbelen’ op die woorden. Soms geven ze meteen hun voedzaamheid af, soms moeten we wel een tijdje ermee bezig blijven. Vandaag zal dat in mijn leven ook anders zijn dan over 10 jaar.
Wat mij ook helpt, is die woorden te bidden in het … Aramees! (De taal die Jezus sprak.) Ik versta die niet, maar het verbindt mij innig met Jezus zelf. Híj mag dan door mij heen bidden – en eigenlijk is dat al genoeg.

