Mt.9,9-13 (7/06/2026) 

9      Jezus ging van daar verder
       en zag een zekere Matteüs bij het tolhuis zitten.
       “Volg mij,” zei hij tegen hem,
       en hij stond op en volgde Jezus.
10     Jezus ging in op zijn uitnodiging voor een afscheidsmaal.
       En kijk: Veel tollenaars en zondaars kwamen ook
       en lagen mee aan tafel met Jezus en zijn leerlingen.
11     Toen de Farizeeën dit zagen,
       insinueerden ze tegen zijn leerlingen:
       “Waarom eet die meester van jullie
       met tollenaars en zondaars?”
12     Maar Jezus had dit gehoord en antwoordde:
       “Niet de gezonden hebben een dokter nodig,
       maar de zieken.
13     Ga, en onderzoek wat dit wil zeggen.
       Mededogen wens ik, geen holle offers.
       Niet om de rechtvaardigen te roepen,
       ben ik gekomen,
       maar de zondaars.”

Jezus ziet Matteüs, de tollenaar, een niet graag geziene. Mensen keren hem de rug toe. Hij wordt met de nek aangekeken. Jezus ziet de niet-geziene! Wie ziet hij? De Hebreeuwse naam van Matteüs betekent: Geschenk van de Heer. Is dat wat Jezus ziet? Hoe deze tollenaar bedoeld is? Hoe hij bedoeld is om een geschenk te zijn voor anderen? Zag Jezus ook, diep verscholen, het verlangen van Matteüs om weggeroepen te worden uit zijn niet zo fraaie bestaan? Oog in oog staan ze daar: Jezus en Matteüs. Niets meer tussen hen in, behalve Jezus’ woorden: “Volg mij”. Korter kan het niet. Hoe ingrijpend! Zal Mattheüs zich wagen? Zullen wij ons wagen? Matteüs staat op. Hij volgt hem! Dat hoort dus blijkbaar bij elkaar: opstaan en volgen. Je moet opstaan uit het oude om mee te kunnen gaan in het nieuwe.
Ze gaan aan tafel. Samen zitten ze aan één tafel Jezus, de tollenaars en de zondaars om te weten waartoe elkeen geroepen is, om te zien de ongeziene. Samen aan één tafel om hen te laten weten dat zij nooit uit G-ds liefde vallen.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280