Mt.5,17-19 (10/06/2026)
17 “Denk niet dat ik gekomen ben
om de wet en de profeten te ontbinden.
Ik ben niet gekomen om te ontbinden,
maar om te vervullen.
18 Amen, ik zeg jullie:
Totdat hemel en aarde voorbijgaan,
zal niet de kleinste letter van de wet voorbijgegaan zijn
– totdat alles is gebeurd.
19 Wie dus ook maar het kleinste van de geboden loslaat
en het zo leert aan de mensen,
zal de kleinste genoemd worden in het koningschap van de hemelen.
Wie ze echter doet en leert,
die zal groot genoemd worden in het koningschap van de hemelen.”
Christenen worden geroepen tot ‘de vrijheid van de kinderen Gods’ – zo verkondigt Paulus de ‘bevrijdende boodschap’ van Jezus (Rom.8,18-23). Dat gaat er o.a. om dat ze doorstoten naar de kern van alle dingen in het leven, en niet blijven hangen bij uiterlijke bijkomstigheden. Een vormgeving is nodig, maar het wezenlijke is de oorsprong waaruit iets voortkomt en het doel waarop het is gericht, nl. G-d zelf. Een zekere relativering (in relatie tot wie of wat staat iets?) van regelgeving en vormgeving hoort daar dus bij.
En toch is dat geen ‘vrij’brief om zomaar wat te doen en zich van geen wetten aan te trekken! Jezus zegt uitdrukkelijk dat hij niet gekomen is om de wet af te schaffen, maar tot vervulling te brengen. Wetten – en dan vooral de Evangelische – zijn richtingwijzers naar dat goddelijke doel. Die moeten ‘vervuld’ worden, tot in het kleinste toe. Zo komen we stap voor stap dichter bij dat ‘doel’, het ‘koningschap der hemelen’.

