Mt.5,13-16 (9/06/2026)
13 “Jullie zijn het zout van de aarde.
Maar als het zout verdwaasd raakt,
waarmee kan het dan weer zout worden?
Voor niets heeft het nog kracht,
alleen om weggeworpen te worden
en door de mensen vertrapt.”
14 Jullie zijn het licht van de wereld.
Een stad kan niet verborgen zijn
als ze boven op een berg ligt.
15 Men steekt ook geen lamp aan
om ze onder een emmer te zetten,
maar men zet haar op een kandelaar
zodat ze schijnt voor alle mensen in huis.
16 Zo moet ook jullie licht stralen voor de mensen,
opdat ze bij jullie de goede werken zien
en jullie Vader in de hemelen grootmaken.”
Jezus gebruikt hier twee beelden: zout en licht. Het zijn gewone, alledaagse dingen, maar precies daarom zijn ze zo sprekend. Zout geeft smaak – maar best met mate te gebruiken 😊. Licht verdrijft de duisternis en mag royaal (maar ook weer niet té) zijn. Beide maken verschil.
Toch weet Jezus hoe kwetsbaar een mensenleven is. Er zijn momenten waarop mijn geloof zijn kracht lijkt te verliezen, waarop mijn smaak verdwijnt en het donker wordt. Dat is herkenbaar. Misschien – ik weet het niet – spreekt hij ons net daarom niet afzonderlijk aan, maar samen: “Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.”
Het licht dat in ons leeft, vraagt om ruimte. Het wil naar buiten, om te mogen stralen. En het zal, zoals een stad op een berg, niet onopgemerkt blijven. Zo mogen wij, in woord en daad, iets laten zien van G-ds liefde.
Niet alleen,
maar samen.
Zichtbaar.
Hoopvol.
Voor wie zoekt naar richting.

