Mt.5,33-37 (13/06/2026)
33 “Opnieuw, je hebt gehoord dat er gezegd is tot die van het begin:
Je zult je eed niet breken,
maar voor de Heer gedane beloften nakomen. [Deut.23,22]
34 Ik echter zeg jullie:
Zweer helemaal niet!
Noch bij de hemelen,
want dat is de troon van God;
35 noch bij de aarde,
want dat is zijn voetbank;
noch bij Jeruzalem,
want dat is de stad van de grote Koning;
36 noch bij je eigen hoofd,
want je kunt niet één haar wit of zwart maken.
37 Daarentegen moet jullie woord zijn:
ja is ja, en nee is nee;
en al wat daar bij komt is uit den boze!”
We komen terug bij de Bergrede.
Die kan nogal radicaal overkomen. Die ís ook radicaal. Maar toch is het geen radicaliteit die neerkomt op veeleisendheid, perfectie of strengheid. Wel is het een radicaliteit die spreekt van één-voud: draai er niet omheen, doe wat moet, verpak het niet in complexiteit om het dan maar aan de kant te zetten met je eigen argumenten. Ook is het een radicaliteit die spreekt van trouw en betrouwbaarheid: ja is ja.
Eigenlijk is het de radicaliteit van G-d zelf: eenvoud en betrouwbaarheid zijn kwaliteiten van G-d zelf. Als wij deze wat proberen waar te maken – hoe hortend of stotend ook, wij zijn tenslotte geen god – komen we dichter bij G-d uit. Dat is de weg die Jezus ons wijst!

