Mt.10,16-23 (10/07/2026)
16 “Kijk, ik zend jullie uit
als schapen temidden van wolven.
Wees dus schrander als slangen
en een-voudig als duiven.
17 En pas op voor de mensen!
Want ze zullen jullie overleveren aan gerechtshoven
en jullie geselen in hun samenkomsten [synagoge].
18 Je zult voor stadhouders en koningen geleid worden
omwille van mij,
tot getuigenis voor hen en voor de volken.
19 Wanneer ze echter jullie overleveren,
wees dan niet gezorgd over hoe of wat je moet zeggen,
want op dat uur
zal wat je te zeggen hebt
je gegeven worden,
20 want niet jullie zijn het die dan spreken,
maar het is de Geest van de Vader die in jullie spreekt.
21 Een broer zal een broer uitleveren ter dood,
een vader een kind,
kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen doden;
22 je zult door allen gehaat worden
omwille van mijn naam;
maar wie standvastig blijft ten einde toe,
zal bevrijd worden.
23 Wanneer ze je in die stad vervolgen,
vlucht naar een andere.
Amen, ik zeg jullie:
Je zult met de steden van Israël niet ten einde zijn
voordat de mensenzoon komt!”
We weten het, uit de geschiedenis of als we naar andere plaatsen op de wereld kijken: er zijn wel degelijk Christenen die vrij letterlijk meemaken wat Jezus hier in het Evangelie noemt. Goedheid roept weerstand op. Jezus had het zelf ondervonden, het lag dus in de lijn van de verwachtingen dat ook zijn leerlingen dit zouden ondervinden.
Is dit alleen iets van andere tijden of andere plaatsen? Als dat waar is en we Jezus’ redenering ook mogen omdraaien, dan zou het betekenen dat wij nog te weinig leerling van hem zijn! Het is ongetwijfeld waar dat Christenen hier vaak te ‘lauw’ zijn en dat we het te gewoon zijn geraakt dat ‘de staat het wel zal doen’. Al vele jaren ondertussen volgt ‘de staat’ helemaal niet meer de christelijke lijn als kompas om een samen-leving op te bouwen, maar komen Christenen/wij er dan des te meer voor op?
Jezus zegt niet dat het makkelijk wordt. Hij zegt wel dat zijn Geest ons zal bijstaan – en dat het bevrijding zal brengen.

