Mt.11,20-24 (14/07/2026)
20 Toen begon hij de steden
waarin de meeste van zijn krachtsdaden gebeurd waren,
te verwijten dat zij zich niet hadden toegekeerd.
21 Wee, Chorazin, wee, Betsaïda
[dorpen van de eerste verkondiging, maar die haar niet ontvingen],
want als in [de iconisch goddeloze steden] Tyrus en Sidon
de krachtsdaden zouden zijn gebeurd
die bij jullie zijn gebeurd,
dan zouden zij al lang
– in zak en as gezeten –
zich bekeerd hebben.
22 Voor hen zal het bij het oordeel draaglijker zijn
dan voor jullie.
23 En jij, Kafarnaüm,
zul jij tot de hemel verheven worden
[omdat ik er vertoefde en verkondigde]?
Tot in het dodenrijk zul je afdalen,
want als in Sodom de krachtsdaden waren gebeurd
die bij jullie gebeurd zijn,
het zou tot vandaag zijn blijven bestaan.
24 Maar ik zeg je:
Voor het land van Sodom
zal het op de dag van het oordeel
draaglijker dan voor jou.
We nodigen je uit om even in je eigen leven achterom te kijken. Ongetwijfeld zijn daar vele – jawel: vele – momenten geweest waarvan je toen zei: wat is dat mooi, wat is dat bijzonder, hoe ben ik daar dankbaar om, hier zie ik iets van G-d, … Dat kunnen ‘kleine’ of ‘grote’ dingen geweest zijn, ervaringen met mensen of in de natuur, aan jezelf of in je omgeving, … Maar je hoeft niet al te veel moeite te doen om te zien dat ze veelvuldig zijn!
Maar zou Jezus dan niet tegen ons moeten zeggen: “Waarom heb je je dan nog niet ‘bekeerd’? Als er al zovele krachtdaden, tekenen van G-ds werkzaamheid in jouw leven, zijn gebeurd, waarom heb je er dan nog steeds geen geloof aan geschonken?”
Het is misschien een beetje een bruusk verwijt, maar niet onterecht. We zouden ons wat meer moeten her-inner-en dat G-d in onze persoonlijke geschiedenis wel degelijk aanwezig was. Waarom zou hij dat dan vandaag niet zijn? Her-inner-en is niet ‘even denken aan iets van vroeger’, maar het is de wáárheid van toen ook vandaag weer aanwezig brengen.

