Mt.12,46-50 (21/07/2026)

46     Terwijl hij tegen de menigte sprak,
       stonden zijn moeder en zijn broers buiten
       en probeerden hem te spreken.
47     Iemand zei hem:
       “Kijk, je moeder en broers staan buiten
       en willen je spreken.”
48     Hij antwoordde echter tegen wie hem aansprak:
       “Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?”
49     En zijn hand uitstrekkend over zijn leerlingen, zei hij:
       “Kijk … mijn moeder en mijn broers …!”
50     Want al wie de bedoelingen van mijn Vader in de hemelen doet,
       die is mijn broer, mijn zus, mijn moeder.”

Op het eerste gezicht lijkt het alsof Jezus hier de familiebanden relativeert. Maar naar mijn aanvoelen houdt hij hier helemaal geen pleidooi tégen de familie. Integendeel, de verbondenheid die we van nature ervaren met onze eigen familie hoeft niet te eindigen aan de grenzen van ons gezin, maar mag deze juist doorbreken. Wanneer we ons hart niet alleen richten op de kleine, vertrouwde kring van mensen die ons het meest nabij zijn, opent zich een bredere horizon. Zo mogen we in elke mens die onze weg kruist een broer of zus herkennen en krijgt het woord familie een diepere betekenis: niet kleiner, maar groter; niet gesloten, maar open.
Het is een uitnodiging om samen-te-leven als broers en zussen en zo de kring van onze verbondenheid telkens weer wat wijder te maken.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280