Mt.14,22-33 (9/08/2026)

22     Onmiddellijk dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te stappen
       en voor hem uit naar de overkant te varen,
       terwijl hij de menigte zou wegzenden.
23     En nadat hij hen had weggezonden,
       ging hij de berg op
       om in afzondering te bidden.
       Toen de avond viel, was hij daar alleen.
24     De boot was al midden op het meer, ver van het land,
       en werd geteisterd door de golven.
       Ze hadden immers de wind tegen.
25     In de vierde nachtwake [laatste kwart van de nacht]
       kwam Jezus tot bij hen,
       wandelend op het meer.
26     Toen de leerlingen hem zagen wandelen op het meer,
       raakten ze in grote verwarring.
       “Een spook [phantasma]!”, zeiden ze
       – en ze schreeuwden van angst.
27     Onmiddellijk echter sprak Jezus tegen hen:
       “Hou moed, ik ben het, vrees niet.”
28     Petrus antwoordde hem nu:
       “Heer, als jij het bent,
       beveel mij dan bij jou te komen op het water.”
29     Hij zei: “Kom!”
       En Petrus stapte uit de boot,
       wandelde op het water
       en ging naar Jezus.
30     Toen hij echter de wind zag,
       werd hij bang en begon te zinken.
       Hij schreeuwde: “Heer, red mij!”
31     En onmiddellijk strekte Jezus zijn hand uit
       en greep hem vast.
       Hij zei hem: “Klein-vertrouwende, waarom wankelde je?”
32     Ze stapten in de boot
       en de wind ging liggen.
33     Zij die in de boot zaten, bogen voor hem neer:
       “Waarlijk, jij bent Gods zoon!”

Dit lijkt mij een Evangelie dat op het lijf geschreven staat van alle leerlingen van Jezus, die van toen én die van nu (en wellicht alle daartussen ook). Wie krijgt al niet eens het gevoel dat Jezus afwezig is uit ons leven en wij het maar zelf moeten aftobben tegen de stormen van het leven?!
We hoeven dat niet te ontkennen, maar we moeten wel het héle stuk lezen. En dan mogen we zien dat Jezus op twee ándere wijzen eigenlijk wél aanwezig is: zijn biddende aanwezigheid, en zijn aanwezigheid als niet onmiddellijk herkenbare gestalte. Als we dat zien, kunnen we onze angst laten varen en moed scheppen voor de vaart.
Daarbij komt echter een nieuwe, eigenlijk moeilijkere, opgave: “Kom,” zegt Jezus, en dat terwijl we te water zijn! Heb ik mijn angst genoeg overwonnen en heeft het vertrouwen genoeg de plaats ervan ingenomen om mij aan dat avontuur met hem te wagen? Toch vraagt hij het aan mij, zo groot is zijn verlangen dat ik hém naderbij zou komen! Zal ik …?

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280