Mt.19,3-12 (14/08/2026)
3 Er kwamen farizeeën naar hem om hem te testen
en ze vroegen:
“Is het een man geoorloofd
zijn vrouw weg te sturen om elke reden?”
4 Hij antwoordde hun:
“Hebben jullie niet gelezen
dat de schepper vanaf de oorsprong
hen mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? [Gen.1,27]
5 Hij zegt: Hierom zal een man zijn vader en moeder verlaten
en zich binden aan zijn vrouw [Gen.2,24]
en deze twee zullen één lichaam worden,
6 zodat zij niet meer twee, maar één zijn.
Wat God dus heeft samengebracht,
moet een mens niet scheiden.”
7 Ze vroegen hem nu:
“Waarom heeft Mozes dan opgedragen
een scheidingsakte te geven en haar weg te sturen?” [Deut.24,1]
8 Hij zei:
“Omwille van de verhardheid van jullie hart [sklèrokardian]
heeft Mozes toegestaan je vrouw weg te sturen.
In oorsprong was dit echter niet zo.
9 Ik zeg jullie echter:
Wie zijn vrouw wegstuurt en een ander huwt, begaat overspel
– behalve om reden van hoererij –
en wie de weggezondene huwt, begaat overspel.”
10 Zijn leerlingen zeiden hem nu:
“Als het zo staat met man en vrouw, kun je beter niet trouwen!”
11 Maar hij zei hen:
“Niet iedereen kan deze woorden plaatsen,
maar wel wie het gegeven is.
12 Er zijn mensen die niet kunnen trouwen,
omdat ze zo geboren zijn,
en er zijn er die niet kunnen trouwen
omdat ze door mensen tot een huwelijk niet in staat zijn gemaakt.
Maar er zijn ook mensen die zelf van een huwelijk afzien
omwille van het koningschap der hemelen.
Wie dit een plaats kan geven,
moet dit een plaats geven.
Eergisteren ging het over de delicate kwestie onze medemens op een fout te wijzen, gisteren over de bijna even moeilijke zaak vergeving; vandaag het heel gevoelige thema van de echtscheiding. Algemeen is steeds de teneur: bekijk het niet vanuit ‘de wet’, maar vanuit de liefde – en eigenlijk nog beter: vanuit de Liefde, die ‘sprankel G-ds’.
Jezus velt geen oordeel over specifieke mensen. Wel houdt hij een ideaal voor omdat hij ‘het beste’ met de mens voorheeft – en in zijn geval mag je het ook echt wel voor waar aannemen dat dat ‘het beste’ is. Tegelijk wijst hij op de liefdeloosheid van de wet, die een vertaling is van de liefdeloosheid van de mensen. Die kan dan misschien wel het maatschappelijke leven wat ordenen – wat nodig en belangrijk is – maar zal de mens niet voeren naar de vervulling van de goddelijke Liefde.
Als Jézus al geen specifieke mensen veroordeelt, wat zouden wij dat dan doen?! Enig besef dat we zelf ook vaak niet beantwoorden aan de Liefde zou ons wat tot voorzichtigheid mogen aansporen. Maar we mogen nooit ophouden om in zijn spoor het ideaal voor te houden én mensen ook daad-werkelijk te helpen er steeds opnieuw naar te betrachten.

