Mt.1,1-16.18-23 (8/09/2026)
1 Boek van de geschiedenis van Jezus de gezalfde [Christos-Messiah],
zoon van David, zoon van Abraham.
2 Abraham verwekte Isaak,
Isaak Jakob, Jakob Juda en zijn broers.
3 Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar.
Peres verwekte Chesron, Chesron Aram.
4 Aram verwekte Aminadab,
Aminadab Nachson, Nachson Salmon.
5 Salmon verwekte Boaz bij Rachab,
Boaz Obed bij Ruth.
Obed verwekte Isaï
6 en Isaï verwekte David, de koning.
Koning David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria.
7 Salomo verwekte Rechabeam,
Rechabeam Abia, Abia Asa.
8 Asa verwekte Josafat,
Josafat Joram, Joram Uzzia.
9 Uzzia verwekte Jotam,
Jotam Achaz, Achaz Hizkia.
10 Hizkia verwekte Manasse,
Manasse Aman, Aman Josia.
11 Josia verwekte Jechonja en zijn broers
ten tijde van de Babylonische ballingschap.
12 Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël,
Sealtiël verwekte Zerubbabel.
13 Zerubbabel verwekte Abihud,
Abihud Eljakim, Eljakim Azor.
14 Azor verwekte Zadok,
Zadok Achim, Achim Eliud.
15 Eliud verwekte Eleazar,
Eleazar Mattan, Mattan Jakob.
16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria,
uit wie Jezus werd geboren,
genoemd: de gezalfde [Christos-Messiah].
18 De geboorte van Jezus de gezalfde [Christos-Messiah] verliep zo:
Zijn moeder, Maria, was verloofd met Jozef.
Voor zij echter gingen samen leven,
werd zij zwanger bevonden uit heilige geest.
19 Haar man Jozef, die integer was,
wilde haar niet openlijk te schande maken
en dacht erover haar in het geheim weg te sturen.
20 Kijk! Terwijl hij deze dingen overdacht,
verscheen een boodschapper [engel] van de Heer
in een droom aan hem:
“Jozef, zoon van David,
wees niet bang Maria, je vrouw,
bij jou te nemen,
want wat in haar is verwekt
is uit heilige geest.
21 Ze zal een zoon baren
en je moet hem de naam Jezus [de Heer is redding] geven,
want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.”
22 Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden
wat vanwege de Heer door de profeet is gezegd:
23 Zie, de jonge vrouw zal zwanger worden
en een zoon baren
en ze zullen hem noemen: Immanuël [Jes.7,14],
wat betekent: God met ons.
Het feest van Maria’s Geboorte kent een opvallend Evangelie: geen verhaal over haar eerste levensdagen, maar de lange stamboom van Jezus én de roeping van Jozef. Dat lijkt vreemd, maar is het niet. Want het vertelt over het moment dat Maria zwanger wordt – het moment dat G-d in haar tot leven komt.
Waar stambomen vroeger vooral dienden om te pronken met heldendaden en aanzien, toont deze lijst juist de rauwe realiteit: een spoor van menselijke feilbaarheid en onvolmaaktheid. Midden in die gebroken geschiedenis verschijnt Maria als een jong, onbeduidend meisje. Toch kiest G-d juist haar uit. Zij zegt vol overgave ‘ja’ om Liefde te dragen. En Jozef sluit daarbij aan: door stil te luisteren en haar te beschermen, treedt hij op als 'vroedman' die G-d de ruimte geeft op aarde.
Zo laten Maria en Jozef zien hoe G-d onder ons mens wordt. Haar geboorte vieren is dan ook een uitnodiging: durven wij ons, net als zij, te laten inschakelen in G-ds verhaal?

