Mt.18,15-20 (6/09/2026)
15 Als je broer een fout begaat,
ga erheen en wijs hem terecht
– alleen onder jullie.
Als hij naar je luistert,
heb je je broer gewonnen.
16 Als hij echter niet luistert,
neem dan nog één of twee mensen met je mee
– omdat elk woord gestaafd wordt op grond van twee of drie getuigen. [Deut.19,5]
17 Als hij echter ook aan hen geen gehoor geeft,
zeg het dan [pas] aan de gemeente [ekklesia/kerk],
en als hij ook aan de gemeente geen gehoor geeft,
moet hij voor jullie zijn als een heiden en tollenaar [een buitenstaander].
18 Amen, ik zeg jullie:
Wat je zult binden op de aarde,
zal gebonden zijn in de hemelen,
en wat je zult vrij maken op de aarde,
zal vrij gemaakt zijn in de hemelen.
19 Opnieuw zeg ik jullie:
Als twee van jullie
over wat voor zaak op aarde ook
in overeenstemming iets vragen,
zal mijn Vader in de hemelen het voor hen laten gebeuren.
20 Want waar twee of drie bijeen zijn in mijn naam,
daar ben ik middenin hen!”
“Waar twee of drie bijeen zijn in mijn naam, ben ik middenin hen.” Een mooie belofte, maar hoe zit dat als het schuurt? Wat doe ik als die ander – mijn medemens – mij kwetst of benadeelt?
Waar mensen samen zijn, gaat het immers vaak mis. Bewust of onbewust beschadigen we elkaar. Jezus geeft hier geen kille regels, maar daagt me uit. Durf ik de stap te zetten om het onder vier ogen uit te spreken? Praat ik met die ander, of praat ik liever óver hem en sluit ik hem zo buiten? En als dat eerste gesprek niet werkt, ben ik dan bereid er iemand bij te halen om de brug alsnog te slaan? Pas wanneer echt alles geprobeerd is, mag je het loslaten.
Het gaat Jezus niet om wetten, maar om de vraag: hoeveel is het herstellen van de band mij waard? Ben ik bereid alles op alles te zetten om tot elkaar te komen? Want is die verbinding niet de enige echte weg naar vrede — in jezelf én in de wereld?

