inleiding op de reeks ‘evangelie’-commentaren van de Goede Week

Gewoonlijk geven wij hier een kort commentaar op het Evangelie van de dag. Maar in de Goede Week is het ‘verhaal’ genoegzaam bekend. Jezus gaat consequent de weg van zijn leven, die inbegrijpen zijn dood en verrijzenis. Ze zijn de vervulling van hoe hij zelf heeft geleefd, maar ook de vervulling van wat hij in ‘de Schriften’ (wat wij ‘het Oude Testament’ noemen) las. Daarom volgen we dit jaar van Palmzondag t.e.m. Paas-maandag niet rechtstreeks de Evangelies, maar de eerste lezingen van die dagen.
Veel ‘uitleg’ hoeven ze meestal ook niet. Het belangrijkste is ze te overwegen: lees en herlees, zie en verwonder je, peil naar de diepte van het Godsgebeuren in de mens.
We geven telkens ook de bijhorende Psalm mee. Jezus kende die, hij bad ze. In deze teksten kunnen wij mee zijn roeping, zijn levensweg en zijn gebed tot de onze maken.
(De tekst van de lezingen is uit NBV21, van de Psalmen uit 150 Liederen ten Léven.)
(Wie deze teksten elders wil gebruiken mag dat vrij doen. Wil echter misschien van de gelegenheid gebruik maken om mee ‘het Goede Nieuws’ te verspreiden en onze dagelijkse commentaren verder kenbaar te maken.)
De hele reeks online vind je hier terug

Maandag (30/03/2026)
Jes.42,1-7 (= 1ste lied vd lijdende dienaar) + Psalm 27

1      Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen,
       hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde,
       Ik heb hem met mijn geest vervuld.
       Hij zal alle volken het recht doen kennen.
2      Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet,
       hij roept niet luidkeels in het openbaar;
3      het geknakte riet breekt hij niet af,
       de kwijnende vlam zal hij niet doven.
       Het recht zal hij zuiver doen kennen.
4      Hij zal niet uitdoven en niet breken
       tot hij op aarde het recht heeft gevestigd;
       de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
5      Dit zegt God, de HEER,
       die de hemel heeft geschapen en uitgespannen,
       die de aarde heeft uitgespreid
       met alles wat zij voortbrengt,
       die de mensen op aarde levensadem geeft,
       en levensgeest aan allen die daar verkeren:
     In gerechtigheid heb Ik, de HEER, jou geroepen.
       Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden,
       Ik neem je in dienst voor mijn verbond met het volk
       en maak je tot een licht voor alle volken,
     om blinden de ogen te openen,
       om gevangenen te bevrijden uit de kerker,
       wie in het duister zitten uit de gevangenis.

Is het lastig dienaar te worden van zo’n veeleisende Heer?
Misschien hebben wij het nog het moeilijkst met onze stem níet te verheffen, níet te schreeuwen, níet met veel misbaar onze eigen opinie op te dringen?
Al helemaal moeilijk hebben wij het om ‘het geknakte riet’ níet te breken! Liever maken wij ons groot ten koste van een ander.
Maar die Heer roept ons wel degelijk. Híj stelt een verbluffend groot vertrouwen in ons. Hij heeft onze dienst nodig voor zijn verbond met het volk. Hij legt het in onze handen om wie in duisternis zitten licht te brengen!
En die Heer steunt ons daartoe. Hij geeft ons zíjn Lévensadem. Hij neemt ons bij de hand en leid ons. En het helpt dit ‘lied van de lijdende dienaar’ soms eens in de mond te nemen; of een Psalm te bidden …

Bidden we ook:

Psalm 27

Eén iets slechts, zoek ik, dat ik mag verblijven in God.

1   Mijn God, Jij bent mijn licht en verlòssing.
     Voor wie zou ik vrézen?
     Jij bent mijn kràcht tot lèven.
     Voor wìe zou ik bàng zijn?

2   Kwaden stormden op mij àf
     – ze lustten mij ráuw –;
     tegenstanders stonden tègen mij òp,
     maar zij, zìj kwamen ten vàl.

3   Al slaat men kamp tegen mij òp,
     mijn hart vreest níet.
     Al stookt men oorlog tègen mìj,
     ik blìjf vertròuwen.

4   Een iets slechts, zòek ik, mijn God,
     dat ik mag verblijven in Jóu,
     jouw beminnen màg bemìnnen,
     al de dagen vàn mijn lèven.

5   Ja, Jij laat mij schùilen bij Jou
     op de dag van het kwáad.
     Jij hèrbergt mìj
     hoog òp de ròts.

6   Zo mag ik rechtop blìjven,
     ondanks de vijanden rondom míj.
     Daarom draag ik mijn vrèugde aan Jou òp:
     zang en muziek voor Jòu, mijn Gòd!

7   Hoor, Heer, mijn roepende stèm.
     Wees mij genadig. Antwoord míj!
8   Mijn hart zegt Jou nà: “Zoek Mìj”,
     en ik zòek jouw nabìjheid.

9   Verberg Je niet voor mìj;
     verwerp je dienaar niet in tóorn.
     Mijn hulp ben Jìj – altìjd.
     Verlaat mij niet, Gòd, mijn verlòssing.

10 Mijn vader en moeder kunnen mij verlàten –
     Jij, mijn God, hebt mij al áangenomen.
11 Leer mij, Gòd, jouw wèg;
     leid mij op èffen pàden.

     Laat mij ontsnappen aan mijn tègenstanders.
12 Geef mijn wezen niet aan mijn verdrúkkers,
     want zij getuigen lèugens tegen mìj
     en brìesen van gewèld.

13 Als ik niet had geloofd in jouw bemìnnen
     in het land van de lévenden …
14 Wacht dan de Heer; wees stèrk van hàrt,
     = vat moed; wàcht de Hèer!

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280