Lc.2,36-40 (30/12/2025)
36 Er was ook een profetes: Hanna,
dochter van Fanuël, van de stam van Aser.
Ze was hoogbejaard:
na haar meisjesjaren had ze zeven jaar met haar man geleefd.
37 Nu was ze een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar.
Nooit ging ze weg van de tempel
en ze diende de Heer nacht en dag
met vasten en gebed.
38 Juist op dat moment kwam zij er bij staan.
Antwoordend, loofde zij God
en sprak over hem
tot al wie uitzag naar de verlossing van Jeruzalem.
39 Toen ze alles volgens de wet van de Heer hadden volbracht,
keerden ze terug naar Galilea,
naar hun stad, Nazaret.
40 Het kindje groeide op en werd gesterkt,
het werd vervuld van wijsheid
en de genade van God was met hem.
Het verhaal van gisteren gaat nog verder. Niet alleen Simeon, maar ook Hanna leefde in haar traditie, maar met open ogen en open hart.
En ze doet haar naam, die ze uiteraard gekrégen heeft, alle eer aan: Hanna = Genade, G-ds gratuite gift! Vanuit haar ontvangen volheid heeft ze geleefd, en nu ze op jaren is vervult alleen nog dankbaarheid haar dagen. En van deze volheid vloeit ze over: de Genade die ze zelf mocht ontvangen, geeft ze door aan deze jonge ouders met hun nieuwgeboren kind.
Wijze woorden, zelfs gezegd aan een onmondig kind, vergezellen een mens zijn hele leven: “Het werd vervuld van wijsheid en de genade van God (= Hanna !) was met hem.”
– Over wijsheid van de ouderdom gesproken … (en waarom zouden we daarmee wachten tot we vierentachtig jaar zijn? …)

