Lc.11,14-23 (12/03/2026)
14 Eens dreef Jezus een demon uit die stom was.
Toen de demon verdreven was, kon de stomme weer spreken.
De omstaanders verwonderden zich daarover.
15 Sommigen zeiden:
“Het is door Beëlzebul, de heerser van de demonen,
dat hij demonen kan uitdrijven!”
16 Anderen – om hem op de proef te stellen –
verlangden van hem een teken uit de hemel.
17 Maar hij wist welke gedachten bij hen leefden
en zei daarom:
“Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is,
raakt verwoest; het ene huis valt op het andere.
18 Als nu de tegenstander [satan] zelf innerlijk verdeeld is,
hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden?
Want jullie zeggen dat ik door Beëlzebul demonen uitdrijf.
19 En als ik ze door Beëlzebul uitdrijf,
door wie drijven jullie zonen ze dan uit?
Als jullie zo redeneren, zullen zij zelf jullie rechters zijn.
20 Maar als ik door Gods kracht de demonen uitdrijf,
dan heeft het koninkrijk van God jullie bereikt!
21 Wanneer een sterke goed bewapend zijn domein bewaakt,
dan is wat hem lijkt toe te behoren in vrede.
22 Maar zodra nu iemand komt die sterker is dan hij,
overwint hij hem,
ontneemt hem de wapenrusting waarop hij vertrouwde
en geeft weg wat hij op hem heeft buitgemaakt.
23 Wie niet mét mij is, is tegen mij,
en wie niet met mij bijeenbrengt, die verstrooit.
Jezus’ doen en laten wekt verwondering. En toch worstelen mensen met de genezende kracht die zij in Jezus ontwaren. Hij opent wat gesloten was en geeft stem aan wie monddood werd gemaakt. Zijn helende kracht roept vragen op: komt zij uit het duister of uit het Licht?
Dan klinkt zijn eenvoudig, helder antwoord: een kracht die zichzelf verdeelt, valt uiteen. Wat in strijd is met zichzelf, verliest zijn grond. Wie leeft in innerlijke verdeeldheid, raakt los van zijn eigen hart — en van de ander.
Hoe bewaak jij jouw domein? Met wapens van angst en eigen gelijk, of met Liefde — met G-d? Wapens zetten mensen tegenover elkaar, maken van buren vreemden en van volken vijanden. Liefde daarentegen is een grotere kracht, ook al is ze stiller. Zij geneest en verbindt. Zij herinnert ons eraan dat wij als broers en zussen leven onder dezelfde hemel.
Die goddelijke kracht is geen bezit van enkelen. Zij vraagt geen grootse woorden of vrome voornemens, maar een keuze die elke dag opnieuw geboren wordt: je laten bevrijden van wat verdeelt, en leven in verbondenheid — midden tussen de mensen, waar het heilige zich onopvallend openbaart.

