Lc.6,6-11 (7/09/2026)
6 Op een andere sabbat gebeurde het
dat hij een plaats van samenkomst [synagoge] binnenging
en er onderrichte.
Er was daar iemand met een verdorde rechterhand.
7 De schriftgeleerden en farizeeën hielden hem in het oog
of hij op sabbat zou genezen,
zodat ze een beschuldiging zouden vinden tegen hem.
8 Maar hij kende hun bedenkingen
en zei tegen de man met de dorre hand:
“Sta op en ga in het midden staan.”
Dat deed hij.
9 Nu zei Jezus tegen hen [de farizeeën]:
“Ik zal jullie een vraag stellen:
Is het toegestaan op sabbat goed te doen, of eerder kwaad,
een ziel te bevrijden, of eerder verloren te laten gaan?”
10 Hij keek rond naar allen
en zei dan [tegen de man met de dorre hand]: “Strek je hand uit.”
Dat deed hij
en zijn hand herstelde zich.
11 Zij werden vervuld van onverstand
[anoia = on-verstand, verdwaasd, uitzinning (‘onredelijk’ woedend)]
en bespraken onder elkaar
wat ze toch konden doen tegen Jezus.
De keuze om de massa te volgen en je hoofd niet boven het maaiveld uit te steken, is heel menselijk (klein-menselijk dan toch). Of het nu op straat is, op het werk of in de kerk: overal gelden ongeschreven regels. Wie afwijkt, krijgt al snel veroordelende blikken toegeworpen. Uit angst voor die oordelen houden we ons liever op de achtergrond. Nochtans weten we: écht voor een ander opkomen zál meebrengen dat we tegen de stroom in moeten gaan.
Jezus wist het; de menigte moest het nog leren – net zoals wij. Toen hij een man in nood zag, liet hij zich niet tegenhouden door starre regels of priemende blikken. Hij koos niet voor eigen veiligheid, maar simpelweg voor de mens. Hij wist dat goed doen kwaad bloed zou zetten bij de omstanders, en toch deed hij het.
Als wij, in het spoor van Jezus, niet de regels maar de mens centraal stellen, weten we dat onbegrip ons deel zal worden. Maar pas wanneer we de angst voor de mening van anderen loslaten, staan we op uit onze klein-menselijkheid om groot-menselijk te worden, richting G-d!

