Lc.6,27-38 (10/09/2026)

27     Maar tegen jullie zeg ik:
       “Heb je vijanden daad-werkelijk lief.
       Doe goed aan wie jou haat.
28     Zegen wie jou vervloekt.
       Bid voor wie jou smalend behandelt.
29     Aan wie jou op de wang slaat,
       hou hem ook je andere wang voor.
       Aan wie jouw mantel afneemt,
       weiger hem niet je hemd.
30     Aan ieder die vraagt: geef,
       en van wie iets van jou wegneemt: vraag niet terug.
31     Zoals je wil dat de mensen aan jou doen,
       doe dat zó aan hen!
32     Als je [enkel] liefhebt wie jou liefhebben,
       wat voor genade is dat?
       Want ook de zondaars hebben lief wie hen liefhebben.
33     Als je enkel goed doet aan wie jou goed doen,
       wat voor genade is dat?
       Want ook de zondaars doen hetzelfde.
34     Als je enkel uitleent aan hen van wie je hoopt terug te krijgen,
       wat voor genade is dat?
       Want ook de zondaars lenen aan zondaars
       om hetzelfde terug te krijgen.
35     Nee, daarentegen!
       Heb je vijanden daad-werkelijk lief.
       Doe goed en leen uit,
       zonder iets terug te verwachten.
       Dan zal je loon groot zijn
       en zijn jullie kinderen van de Allerhoogste!
       Want hij doet ook goed [chrèstos = goed, mild, teder, genadevol (cf. Hebr. chesed)]
       voor de ondankbaren en verdwaasden.

36     Word mede-lijdend
       zoals ook jullie Vader mede-lijdend is.
37     Oordeel niet
       en je zult niet geoordeeld worden.
       Veroordeel niet
       en je zult niet veroordeeld worden.
       Spreek vrij
       en je zult vrijgesproken worden.
38     Geef
       en er zal je gegeven worden.
       Een goeie maat zullen ze je in de schoot werpen,
       geschud, aangestampt en overlopend.
       Want met de maat waarmee jullie meten,
       zul je ook gemeten worden.”

De vurige speech van Jezus tot zijn leerlingen – ons inbegrepen dus – hanteert forse uitersten. We mogen een béétje ervan uitgaan dat dat retoriek is, maar laten we het nooit als argument gebruiken om het niet te hoeven te doen! Jezus geeft wel degelijk de richting aan waarin ons leven zou móeten evolueren als we ‘richting G-d’ willen gaan.
Deze aanwijzingen zijn bedoeld om iets te vertellen over wat ‘het koninkrijk van G-d’ zou kunnen zijn. G-d zelf begint er alvast mee t.a.v. óns. En dat is niet onbelangrijk om op te merken: Wij verdienen het óók niet, en toch geeft G-d het ons. Dat ‘koninkrijk van G-d’ zal pas uitbreiden als wij op onze beurt de anderen rondom ons op dezelfde manier tegemoet treden.
Nergens staat dat dat makkelijk zou zijn, wel dat we de richting kennen en dat het mooi zal worden als we het ook doen. Vandaag weer een dag om er een begin mee te maken …

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280