Lc.6,39-42 (11/09/2026)
39 Hij vertelde hen nu een gelijkenis:
“Een blinde kan toch niet een blinde op weg leiden?
Zullen beide dan niet in een put vallen?
40 Een leerling staat niet boven zijn leermeester.
Maar als hij volgroeid zal zijn,
zal hij zijn zoals zijn leermeester.
41 Maar wat kijk je naar de splinter
in het oog van je broer
als je de balk in je eigen oog niet opmerkt?
42 Of kun je tegen je broer zeggen:
‘Broer, laat me de splinter uit je oog weghalen’,
als je de balk in je eigen oog niet ziet?
Ondermaatse oordelaar! [hypocritès]
Haal eerst de balk uit je eigen oog,
dan [pas] zul je doorzicht hebben
om de splinter uit het oog van je broer te halen.”
“Als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in het water.” Het is één van de vele uitdrukkingen in onze taal die rechtstreeks uit de Bijbel komen. We vinden het ook logisch. Maar dat mag ons niet doen vergeten dat het ook op onszelf van toepassing is! We moeten durven en willen erkennen dat we zelf minstens ten dele nog blind zijn, en dus leiding nodig hebben! En dat terwijl onze maatschappij ons voortdurend inlepelt dat we alles zelf kunnen bepalen, terwijl ze tegelijkertijd onderhuids steeds strakker zelf de touwtjes in handen houdt en het vooral de economie is die bepaalt wat we al of niet doen. Daaruit vloeit dus ook de omgekeerde vraag voort: Door wie of wat laten wij ons leiden? Volgen wij helder ziende mensen, of andere blinden?
En de vraag kan ook in andere zin omgedraaid worden: Wij zijn dan nog wel niet ‘volgroeid’ zoals onze Leermeester, maar ‘gegroeid’ inmiddels hopelijk toch wel al wat. Hebben wij dan niet de verantwoordelijkheid om, naar de mate van onze groei, ook anderen te leiden op de weg van onze Leermeester? Al te vaak ontlopen wij die verantwoordelijkheid, op maatschappelijk vlak, maar ook op geloofsvlak.

