Lc.7,36-50 (17/09/2026)

36     Iemand van de Farizeeën verzocht Jezus nu
       bij hem te komen eten.
       Toen hij bij het huis aankwam, ging hij aan tafel aanliggen.
37     Maar kijk!
       Een vrouw die in de stad als zondares bekend stond,
       bemerkte dat Jezus in het huis van de Farizeeër was.
       Ze nam een albasten kruikje geurige balsem mee
38     en ging wenend achter hem, bij zijn voeten staan.
       Haar tranen maakten zijn voeten nat
       en met haar hoofdhaar droogde ze die af.
       Ze kuste zijn voeten liefdevol
       en zalfde ze met de balsem.
39     De Farizeeër die hem uitgenodigd had,
       zag dit en dacht bij zichzelf:
       ‘Als die man een profeet was, dan zou hij weten wie en wat voor iemand die vrouw is die hem aanraakt.
       Hij zou toch moeten weten dat ze een zondares is!’
40     Jezus antwoordde hem door te zeggen:
       “Simon, ik wil je iets zeggen.” “Spreek, meester!”, zei hij.
41     “Een zekere geldschieter had twee schuldenaars.
       De ene was hem vijfhonderd daglonen schuldig,
       de andere vijftig.
42     Omdat ze niets hadden om te betalen,
       schonk hij het hen beide uit genade.”
       “Zeg mij eens, wie van hen beide
       zal hem meest daadwerkelijke liefde tonen?”
43     Simon antwoordde:
       “… Ik vermoed degene aan wie hij het meest
       geschonken heeft …?”
       Jezus zei: “Je oordeel is juist.”
44     Zich nu omkerend naar de vrouw,
       ging hij verder tegen Simon:
       “Zie je deze vrouw?
       Ik ben in jouw huis binnengekomen,
       maar water om mijn voeten te verfrissen
       heb jij mij niet gegeven.
       Zij echter heeft met haar tranen mijn voeten nat gemaakt
       en ze met haar haren afgedroogd.
45     Een kus heb jij mij niet gegeven,
       maar zij heeft sinds ik binnengekomen ben
       onophoudelijk mijn voeten liefdevol gekust.
46     Mijn hoofd heb jij niet met olijfolie gezalfd,
       maar zij heeft mijn voeten gezalfd met geurige balsem.”
47     “Om die genade zeg ik je:
       Haar vele zonden zijn haar vergeven.
       Bewijs daarvan is
       dat zij veel daadwerkelijke liefde heeft getoond.
       Wie weinig vergeven wordt,
       toont weinig daadwerkelijke liefde.”
48     Nu zei Jezus tot de vrouw:
       “Je zonden zijn je vergeven.”
49     De andere tafelgenoten begonnen onder elkaar te mompelen:
       “Wie is die man, dat hij zonden vergeeft?”
50     Maar hij zei verder tot de vrouw:
       “Deze daad van innerlijk vertrouwen heeft je behoed.
       Ga heen tot vrede!”

Het verhaal in het huis van de farizeeër hanteert een scherp contrast. Aan de ene kant is er de gastheer, verscholen op een veilige afstand achter de muren van maatschappelijke status en oordeel. Aan de andere kant staat de vrouw. Ze durft het aan om haar kwetsbaarheid volledig te tonen. Ze komt niet met vrome woorden of een groots vertoon, maar laat in alle stilte haar liefde spreken doorheen tranen en verfijnde olie. Uit al wat ze doet, spreekt een diep besef van eigen kleinheid; met een ongekende overgave durft ze zich zo tot G-d te richten.
Jezus kijkt voorbij het verleden van de vrouw en schenkt haar vergeving. En dan is opnieuw de vrouw zélf aan zet. Jezus geeft haar immers niet voor niets de betekenisvolle opdracht: “Ga heen in vrede.”
Op deze manier is vergeving geen geruststellend of passief eindpunt van een proces. Het wordt een krachtige uitnodiging en een actieve kans op een nieuw begin, en stelt de vrouw in staat om daadwerkelijk weer in beweging te komen en haar eigen weg in het leven te vervolgen.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280