Mt.6,24-34 (20/06/2026)
24 Niemand kan twee heren dienen,
want of hij zal de één haten en de ander liefhebben,
of hij zal zich aan de één hechten en de ander verachten.
Je kunt niet God dienen én je persoonlijk be-zit.
25 Daarom zeg ik jullie:
Maak je geen zorgen over jezelf,
wat je zult eten of wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan het voedsel
en het lichaam niet meer dan de kledij?
26 Kijk eens naar de vogels in de lucht:
Ze zaaien niet, ze maaien niet, noch verzamelen in schuren …
en jullie hemelse Vader voedt ze.
Hoeveel meer dan zij zijn jullie gedragen!
27 Wie van jullie kan door zich zorgen te maken
aan zijn leven ook maar een meter toevoegen?
28 En over je kledij, wat maak je je zorgen?
Leer ten diepste van de onderscheidende lelies op het veld,
hoe ze groeien:
Ze spinnen niet, ze weven niet …
29 Maar ik zeg jullie:
Zelfs [de spreekwoordelijk] glorieuze [koning] Salomo
was niet gekleed als één van hen.
30 Als God nu het gras,
dat vandaag op het veld staat
en morgen in de oven wordt geworpen,
zó kleedt,
hoeveel te meer dan jullie, klein-vertrouwenden!
31 Wees dus niet bezorgd door je af te vragen:
wat moeten we eten of drinken
en waarmee moeten we ons kleden,
32 want naar deze dingen zoeken alle mensen [die niet vanuit God leven].
Maar jullie hemelse Vader weet dat je ze nodig hebt.
33 Zoeken jullie dus eerst het koningschap van God en zijn integriteit
en al die dingen zullen jullie erbij gegeven worden.
34 Wees dus niet bezorgd over morgen,
want die dag zal bezorgd zijn over zijn eigen dingen
en elke dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen.
Bij ’t schrijven van dit commentaartje kijk ik door mijn raam en zie ik het veld, de bomen en de bloemen. Ik hoor de vogels en ik denk: het klopt. De natuur geeft me elke ochtend opnieuw een lesje in vertrouwen.
Wanneer ik zo stil word, lijkt alles zijn plaats te kennen. De bomen reiken naar het licht, de bloemen openen zich voor de dag en de vogels zingen zonder zich af te vragen wat morgen brengen zal. Niets lijkt zich te verzetten tegen wat het is. Alles leeft eenvoudigweg vanuit de bedoeling die erin gelegd werd.
Dan vraag ik me af: waar maak ik me eigenlijk zorgen om? Waarom al dat getob voor wat brood (Ps.127,2)? Waarom zoveel onrust om wat nog komen moet? Misschien word ik uitgenodigd om, net als de natuur, te doen waarvoor ik bedoeld ben, meer te vertrouwen en minder vast te houden. Om te leven in het hier en nu, met G-d voor ogen, en te geloven dat elke dag draagt wat hij dragen moet.

