Mt.10,7-15 (09/07/2026)
7 Ga en verkondig:
Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
8 Heel de verzwakten, reinig de melaatsen,
wek de doden op, verdrijf de demonen.
Voor niets heb je ontvangen,
voor niets moet je geven.
9 Neem geen goud mee,
geen zilver of koper in je gordel,
10 geen reiszak, geen extra kleren,
geen sandalen en geen stok,
want ‘wie werkt is zijn voedsel waard’.
11 In welke stad of dorp je ook binnenkomt,
onderzoek wie het daar waard is
en blijf daar dan tot je er weggaat.
12 Als je in een huisgezin binnenkomt,
groet hen [= zegen hen met vrede].
13 Als zij het waard zijn,
zal je vrede over hen komen,
maar als zij het niet waard zijn,
laat dan je vrede over jezelf terugkeren.
14 Als men je niet verwelkomt
en niet luistert naar je woorden,
ga dan weg uit dat huis of die stad
en schud het stof van je voeten.
15 Amen, ik zeg jullie:
Voor het land van Sodom en Gomorra
zal het op de dag van het oordeel
draaglijker zijn dan voor die stad.”
We noemden het al vele keren – het staat dan ook vele keren in het Evangelie: Christenen krijgen de opdracht “verzwakten te helen, melaatsen te reinigen, doden op te wekken(!) en demonen te verdrijven”. Dát zal ‘het koninkrijk der hemelen’ nabij brengen! “Voor niets hebben wij het ontvangen – dat ‘koninkrijk’ komt er niet op ónze kracht – voor niets moeten wij het doorgeven.”
Binnen onze huidige kerk in Vlaanderen ontstaat er toch wel makkelijk de indruk dat ze (zowel in de ‘hogere geledingen’ als in de ‘lagere’) vooral bezig is met structuren in stand houden, regels en liturgie, terwijl de helend-menselijke-nabijheid net daar waar onze maatschappij dat steeds meer ‘vergeet’, onze éérste opdracht zou moeten zijn.
Maar laten wij vooral niet vergeten dat wij zelf deel uitmaken van die kerk, en dat de vraag naar ‘éérste opdracht’ dus niet aan de abstracte ‘kerk’ moet gesteld worden, maar aan onszelf …

