Lc.6,36-38 (2/03/2026)
36 Word mede-lijdend
zoals ook jullie Vader mede-lijdend is.
37 Oordeel niet
en je zult niet geoordeeld worden.
Veroordeel niet
en je zult niet veroordeeld worden.
Spreek vrij
en je zult vrijgesproken worden.
38 Geef
en er zal je gegeven worden.
Een goeie maat zullen ze je in de schoot werpen,
geschud, aangestampt en overlopend.
Want met de maat waarmee jullie meten,
zul je ook gemeten worden.”
We kennen de woorden van het Evangelie zo goed dat we haast vergeten hoe goddelijk ze zijn: “Word mede-lijdend zoals jullie Vader mede-lijdend is.” Mede-lijden, dat is: niet betuttelen, maar werkelijk naast de ander gaan staan; niet oordelen of veroordelen, maar vrijspreken; gul geven, zonder maat.
De veertigdagentijd nodigt uit om onze relaties onder de loep te nemen. Wat als we in G-ds stroom van liefde gaan staan en ieder mens gezien wordt zoals hij of zij is? Vanuit die liefde ontstaat vrijheid: spreken zonder oordeel, geven zonder berekening, liefhebben zonder angst om tekort te komen.
Het lijkt naïef. “Ze zullen ervan profiteren,” denken we. Maar wat als echte liefde niet ‘pleasen’ is, maar het lijden van de ander tot het onze maken? Niet alleen materieel geven, maar tijd, aandacht, leven, … en je laten raken tot in je ingewanden?
In die beweging worden wij G-d-achtig: mensen die leven en Léven geven volgens een overvolle, aangedrukte, overstromende maat van erbarmen. Laten we er maar mee beginnen – het zal een leven lang duren.

