Mc.1,40-45 (15/01/2026)
40 Er kwam ook een melaatse bij hem.
Die knielde voor hem neer en smeekte:
“Als je het wil, ben je in de kracht mij te reinigen!”
41 En Jezus, ten diepste bewogen,
strekte zijn hand uit en raakte hem aan:
“Ik wil: word gereinigd!”
42 Onmiddellijk verdween zijn melaatsheid
en werd hij gereinigd.
43 Onmiddellijk stuurde Jezus hem weg,
hem streng toesprekend:
44 “Let op dat je aan niemand iets zegt,
maar ga [naar de tempel in Jeruzalem]
en laat je zien aan de priester
en offer voor je reiniging
wat Mozes heeft geboden,
als een getuigenis voor hen.
45 Eenmaal buiten, begon de man het echter luid te verkondigen
en ruchtbaarheid te geven aan de zaak,
zodat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen,
maar buiten, op eenzame plaatsen, verbleef.
Toch kwamen ze overal vandaan bij hem.
We hadden de Lucas-versie van dit gebeuren nog pas op 9 januari; je kunt het daar nog eens teruglezen. We hadden het toen over hoe de ‘dynamiek van de Geest’ een ‘omgekeerde’ logica volgt dan de ‘dynamiek van de wereld’.
Jezus komt dus in een soort dubbelheid terecht: ‘de wereld’ vindt het bijzonder fascinerend dat Jezus mensen kan genezen en ze zoeken hem daarvoor, omdat ze maar al te graag gebruik maken van hem. Toch zal diezelfde wereld hem over niet zo lange tijd uitspuwen, verwerpen en ter dood brengen.
Jezus heeft het al snel door dat ze niet altijd voor de juiste redenen hem zoeken, of dat ze doorheen de ‘spectaculaire’ genezingen niet zien dat het éigenlijke gebeuren zich veel dieper afspeelt en dat het een bevrijdingsgebeuren is dat G-d aan deze mens verschaft!
Jezus zelf kan in dit spanningsveld blijven staan omdat hij in een ándere ‘dubbelheid’ leeft: die van zijn innige verbinding met G-d enerzijds, die hij systematisch voedt op eenzame plaatsen, en die van zijn innige bewogenheid om mensen.

