Lc.4,21-30 (30/01/2022)
Hij begon nu tegen hen te spreken: “Vandaag is voor jullie oren dit Schriftwoord in vervulling gegaan!”
Allen vielen hem bij en verwonderden zich over de woorden van genade die uit zijn mond kwamen, en ze zeiden: “Is dat niet de zoon van Jozef?”
Hij zei tegen hen: “Natuurlijk zullen jullie mij de spreuk voorhouden: Geneesheer, heel jezelf! Al die dingen die in Kafarnaüm gebeurd zijn – naar wij gehoord hebben – doe ze ook eens hier in je vaderstad.”
Daarop zei hij: “Zeker, ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. Naar waarheid zeg ik jullie: In de dagen van [de profeet] Elia waren er veel weduwen in Israël toen de hemel gedurende drieëneenhalf jaar gesloten bleef zodat er grote hongersnood kwam over heel het land. Toch werd Elia naar geen van hen gezonden [om haar te redden van de hongerdood – 1 Kon.17] maar naar een weduwe is Sarepta bij Sidon [= buiten Israël]. En ten tijde van de profeet Elisa waren er veel melaatsen in Israël. Toch werd geen enkele van hen gereinigd maar wel de Syriër [= buitenlander] Naäman.”
Allen die in de samenkomst [synagoge] waren en dit hoorden, raakten overvol woede. Ze stonden op en wierpen hem buiten de stad. Ze dreven hem naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om hem van de steilte te gooien.
Maar hij ging midden tussen hen door en trok weg.
Het Evangelie confronteert ons vandaag nogal hard met een helaas universeel menselijk feit: ‘profeten’ worden in eigen kring niet gehoord of geacht. Dat was toen zo; dat is nu zo.
Jezus geeft zelf wat bijbelse voorbeelden van hoe het telkens ‘een ander’ is die G-ds heil ontvangt. Dat is dus niet zomaar toevallig!
Hoe komt dat? Omdat mensen nogal geneigd zijn zich vast te klampen aan, en op te sluiten in, eigen waarheden. Dat wat ik al ken, voelt veilig, en laat mij voor de rest gerust. Waarom zou ik ver-anderen?
Maar daar zit nu net de knoop: Hoe zou ik iets ‘van ergens anders’ kunnen ontvangen en binnenlaten, als ik niet bereid ben te ver-anderen, of als ik niet bij die ‘anderen’ wil horen?
Ver-anderen, metanoia in de bijbelse taal, meestal vertaald met bekering, ommekeer, haalt mij weg uit dat zelf opgebouwde bastion van zekerheden en schijn-veiligheid (wat vaak niet zoveel verschil van schijn-heiligheid).
Op dezelfde universele manier houden mensen liever het ‘andere’ buiten en werpen dan ook maar de waarheid buiten … En ik?
Lc.13,1-9 (22/10/2022)
Terwijl Jezus hierover bezig was, waren er onder de aanwezigen die hem vertelden over de Galileeërs van wie [de romeinse landvoogd] Pilatus het bloed vermengd had met dat van hun offerdieren. Jezus antwoordde hun: “Denken jullie dat deze Galileeërs grotere zondaars waren dan de anderen, omdat ze dit hebben moeten lijden? Neen!, zeg ik jullie, maar als jullie je niet bekeren, zul je allen op dezelfde manier omkomen. Of die achttien die stierven toen de toren bij de Siloam [een vijver in Jeruzalem] op hen viel. Denken jullie dat zij schuldiger waren dan de andere bewoners van Jeruzalem? Neen!, zeg ik jullie, maar als jullie je niet bekeren, zul je allen op dezelfde manier omkomen.”
Hij vertelde nu deze gelijkenis: “Iemand had in zijn wijngaard een vijgenboom geplant. Hij kwam er vruchten aan zoeken, maar vond er geen. Hij zei tegen de wijngaardenier: “Kijk, drie jaar kom ik nu al vruchten zoeken aan deze vijgenboom, maar vind er geen. Hak hem uit. Waartoe zou hij nog de grond verder uitputten!” Maar de wijngaardenier antwoordde hem: “Heer, laat hem nog dit jaar … Ik zal eerst nog eens de grond bewerken en bemesten. Als hij dan vruchten draagt … En indien niet, hak hem later dan maar uit.””
Komen ze met hun verhalen bij Jezus om hem uit zijn tent te lokken, om hem kleur te laten bekennen? Het is niet duidelijk. Feit is wel dat de reactie van Jezus op een ander aspect ingaat. Wat Jezus doet is de blikrichting veranderen. Hij verhindert zijn gesprekpartners om vanop een afstand over het probleem van lijden en schuld bij anderen na te denken, en te praten alsof ze toeschouwers zijn van het leven. In de geschiedenis van G-d met zijn mensen, met de wereld kan je geen toeschouwer zijn. Je maakt er deel van uit. Het gaat voor Jezus niet over de vraag hoe de ander geleefd heeft, dat hen dit is overkomen. Het gaat over jou. Jij zal je moeten bekeren. Jij zal moeten worden wie je ten diepste bent, mens, geschapen en gekend door G-d. En daarnaast: doen wat er van je verwacht wordt. Zó leven dat je vruchten voortbrengt.
Een joodse leraar zei ooit: de grote schuld van de mens is niet gelegen in de zonden die hij begaat. De grote schuld van de mens is, dat hij zich elk moment kan bekeren en het niet doet!
Lc.14,25-33 (4/09/2022)
[Jezus trok verder naar Jeruzalem en] velen trokken met hem mee. Hij keerde zich naar hen toe en zei: “Wie dichter bij mij wil komen, maar zich niet losmaakt van zijn vader en moeder, van zijn vrouw en kinderen, van zijn broers en zussen, meer nog: van zichzelf, kan onmogelijk mijn leerling zijn. En wie zijn [op deze weg onvermijdelijke] kruis niet draagt en mij volgt op mijn weg, kan onmogelijk mijn leerling zijn.
Want wie van jullie die een toren wil bouwen, zal niet eerst er bij gaan zitten om de kosten te berekenen en te weten of hij hem wel zal kunnen afwerken? Anders legt hij misschien het fundament, maar is niet in staat het werk te voltooien, en begint al wie dit ziet hem te bespotten: “Die mens begon te bouwen, maar was niet in staat het te voltooien!”
Of welke koning die ten strijde trekt tegen een andere koning, zal niet eerst er bij gaan zitten om te beraadslagen of hij met tienduizend man in staat is op te trekken tegen de twintigduizend die op hem af komen? Anders zal hij, wanneer ze nog ver zijn, een gezant uitsturen en vragen naar de voorwaarden tot vrede.
Zo kan elk van jullie die niet loskomt van alles wat hem toebehoort, mijn leerling niet zijn.”
Je kunt er maar beter eerst eens bij nadenken, als je Jezus wil volgen. Heb je dat al eens gedaan? Misschien is vandaag – nu – een goede gelegenheid!
Eigenlijk staat er iets preciezers dan ‘Jezus volgen’. Er staat ‘dichter bij hem komen’. Je kunt blijkbaar ook van op een afstand volgen. Dat is wat (toen en nu) vaak gebeurt. Is het dat wat jíj wil? Als je ervoor kiest – ja, het is een kéuze – dichter bij Jezus te willen komen, neem dan wel voluit in rekening dat dat daad-werkelijke consequenties heeft voor je leven.
Jezus heeft het daarbij vooral over ‘losmaken’: je vrij maken van allerlei besognes waar ‘een normaal mens’ mee bezig is. Soms zal dat letterlijk betekenen je van die zorgen te ontdoen; in veel gevallen zal dat eerder betekenen dat je gewoon blijft doen wat je moet doen, maar met wat meer vertrouwen.
Ook spreekt Jezus hierbij over ‘het kruis’. Consequentie van de liefde is immers het lijden(!). Jezus van nabij volgen, zal immers betekenen: vér gaan in de liefde, zeer ver … en dan is ook het lijden daaraan onvermijdelijk.
Je kunt er toch maar beter eerst eens bij nadenken …
Lc.10,25-37 (9/10/2023)
25 Toen stond er een zekere wetgeleerde op
en vroeg Jezus, om hem uit te testen:
“Meester, wat moet ik doen
om deel te krijgen aan het eeuwig leven?”
26 Jezus antwoordde hem:
“In de wet, wat staat daar geschreven?
Hoe lees jij dat?”
27 Hij antwoordde nu en zei:
“Je zult de heer, je God, daadwerkelijk liefhebben,
uit heel je hart en heel je wezen,
uit heel je kracht en heel je verstand,
en je naaste [de mensen rondom je] zoals jezelf.” [Deut.6,5; Lev.19,18]
28 Jezus zei:
“Terecht heb je dit geantwoord.
Doe dit en je zult leven.”
29 De wetgeleerde wilde echter zijn vraag verduidelijken
en vroeg Jezus daarom nog:
“Wie is ‘mijn naaste’?”
[“Wie is er vervat in ‘de mensen rondom mij’?”]
30 Toen vertelde Jezus het volgende:
Op zekere dag ging iemand van Jeruzalem naar Jericho.
Onderweg werd hij door rovers overvallen.
Ze schudden hem uit en sloegen hem
en lieten hem halfdood achter.
31 Toevallig kwam nu ook een priester op dezelfde weg.
Toen hij de man in de gaten kreeg,
ging hij hem aan de andere kant van de weg voorbij.
32 Ook kwam er een tempelbedienaar langs.
Hij ging kijken,
maar ging hem ook aan de andere kant van de weg voorbij.
33 Nu kwam er een Samaritaan [vreemdeling] op reis bij die plek.
Hij zag de man en raakte diep bewogen.
34 Hij kwam tot bij hem,
verbond zijn wonden en goot er olie en wijn over.
Dan tilde hij hem op zijn eigen rijdier,
bracht hem naar een herberg
en zorgde voor hem.
35 ’s Anderendaags gaf hij twee daglonen aan de herbergier
en zei hem:
“Verzorg hem, en als je meer moet besteden:
ikzelf zal het je bij mijn terugkomst betalen.”
36 Wat denk je:
Wie van deze drie is de naaste geworden
[Wie van deze drie heeft gestaan rondom …]
van de man die in de handen van de rovers viel?”
37 De wetgeleerde antwoordde:
“Degene die hem barmhartigheid heeft gedaan.”
Jezus zei nu tegen hem:
“Ga, en jij, doe evenzo!”
Over ‘barmhartigheid’ zijn boekenplanken vol geschreven. Het stukje Evangelie van vandaag wil geen nieuwe visie op barmhartigheid toevoegen, maar wel uitdagen om het woord daad-werkelijk te beleven. Barmhartigheid doen maakt je immers tot even-mens, tot naaste.
Ons woord barmhartigheid is een vertaling van het Latijnse misericordia en betekent: een hart voor de armen hebben of een hart voor het arme en verweesde, voor het ellendige en zwakke in mij en in de ander. Barmhartigheid is een levenshouding die gekenmerkt wordt door het drieluik: ‘zien, bewogen worden en in beweging komen’ (in die volgorde). Het begint met zien - zien wie de ander is, er aandacht voor hebben en je voor die ander openstellen. Vervolgens moet je jezelf laten raken, de ander binnenlaten in je hart. De ander merkt er écht iets van als je ten slotte in beweging komt en deze wellicht vreemde ander, tot je naaste maakt. Het is dus nooit alleen een soft gedachtegoed, maar het is een actief woord dat vraagt om gedaan te worden.
Lc.5,1-11 (6/02/2022)
Op een keer drong de menigte rondom hem om het woord van God te horen. Hij was toen bij het meer van Gennesaret [= meer van Galilea]. Hij zag twee boten aan de oever liggen. De vissers waren eruit gestapt en spoelden hun netten. Hij stapte in één van de boten – het was die van Simon – en vroeg hem een eindje van het land af te varen. Hij ging zitten en onderrichtte de menigte vanuit de boot.
Toen hij ophield te spreken, zei hij tegen Simon: “Vaar naar het diepe en gooi daar jullie netten uit om iets te vangen.” Simon antwoordde hem: “Meester, de hele nacht door hebben wij gezwoegd en hebben niets gevangen, maar op jouw woord zal ik het net uitwerpen.”
Ze deden dit en vingen zo’n massa vissen dat hun netten ervan dreigden te scheuren. Ze wenkten hun maats in de andere boot om de vangst mee op te trekken. Die kwamen en vulden beide boten tot zinkens toe.
Toen hij dit zag, viel Simon Petrus bij Jezus’ knieën neer en zei: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig man!” Want verbazing beving hem en al de mannen die bij hem waren, over de visvangst die ze hadden samengebracht. Zo ook Jakobus en Johannes, de zonen van zebedeus, de metgezellen van Simon. En Jezus zei tegen Simon: “Wees niet bang! Vanaf nu zul je mensen vangen en het leven schenken.”
Ze brachten de boten aan land, verlieten alles en volgden hem.
Prachtig toch wat hier aan de vissers gebeurt. Niets vermoedend zijn ze bezig met hun werk terwijl de menigte komt luisteren naar Jezus. Hij ziet hén en spreekt hén aan. Zij gaan in op zijn vraag. Ze vertrouwen zich aan hem toe en doen waartoe hij hen uitnodigt. Het moet aan- en ingrijpend geweest zijn. Daar, in het diepe, is iets gegroeid, een gevoel van vertrouwen, van diepe verbondenheid, en zo’n goddelijke ontmoeting blijft niet zonder gevolgen:
Vooreerst wil je de ervaring delen met anderen, ze erbij betrekken – “Zij wenkten hun maats in de andere boot, om de vangst mee op te trekken." Als de ander ervoor open staat, zal het enthousiasme stromen – “De beide boten vulden zich."
Een tweede gevolg is er een van schroom en heilige verbijstering. Je voelt je dankbaar, maar vooral klein. "Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig man!" Met heel je wezen voel je dat dit niet je eigen verdienste is maar dat het aan jou gebeurt, het wordt je gegund. En dan past alleen grote bescheidenheid en heilige schroom. "Zo ging het met Simon-Petrus en zijn metgezellen..." Zo gaat het ook met ons, als wij durven ingaan op zijn vraag.

