Mc.6,1-6 (4/02/2026)
1 Jezus ging van daar [Kafarnaüm] weg
en kwam in zijn vaderstad [Nazaret, ca. 40km van Kafarnaüm].
Zijn leerlingen volgden hem.
2 Toen het sabbat werd
begon hij te onderrichten in de plaats van samenkomst [synagoge].
Velen die het hoorden, stonden versteld:
“Vanwaar heeft hij die dingen?
Wat voor een wijsheid is er aan hem gegeven?
En wat een machtige daden gebeuren er door zijn handen!?
3 Is dat niet de timmerman,
de zoon van Maria
en de broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon?
Wonen zijn zussen niet hier bij ons?”
En ze namen aanstoot aan hem.
4 Maar Jezus zei tegen hen:
“Nergens wordt een profeet zo miskend
als in zijn vaderstad, bij zijn verwanten en in zijn huis.”
5 En hij kon daar geen enkele machtige daad [wonder] doen,
behalve dat hij enkele ziekelijken de handen oplegde
en hen heelde.
6 Hij verwonderde zich over hun niet-vertrouwen
en trok rond langs de dorpen in de omtrek
en onderrichtte er.
Dit Evangelie confronteert ons met een waarheid die dan misschien wel waar mag zijn, maar wel moeilijk om te beleven: Ons denken, waarmee wij menen te ‘weten’, kan in de weg zitten om ons over te geven aan het wonder van het leven! ‘Kennis’ heeft in velerlei opzichten natuurlijk nuttige toepassingen, maar ze kan ook in de weg staan om iets te laten gebeuren dat buiten die kennis valt, maar daarom niet minder reëel is, ook al ‘gelooft’ ons denken dat niet.
Wie alleen maar in de buurt van Jezus woont – d.i.: wie er graag mee uitpakt hem wel te kennen – die zal het wonder niet zien. Daar moet je ‘leerling’ van Jezus voor worden – d.i.: je moet hem volgen, meegaan, je laten meenemen (‘Godweet waarnaar’!), … niet omdat je hem ként, maar omdat je ‘in kennis bent met hem’!
O, wat ook nog kan helpen om je over te geven en het wonder van het leven te zien, is: je ziekelijkheid, je zwakte, je onvermogen te (h)erkennen … – maar ook daar verwachten we vaak meer ‘heil’ van ons kennen dan van G-ds helingskracht …

