Mt.15,1-2.10-14 (4/08/2026)
1 Vanuit Jeruzalem kwamen nu schriftgeleerden en farizeeën naar Jezus
en vroegen:
2 “Waarom overtreden jouw leerlingen
de overleveringen van de oudsten? [presbyteroi]
Zij wassen immers niet hun handen
wanneer zij het brood eten.”
10 Hij riep nu de menigte bij zich en zei hen:
“Luister, en kom tot begrip.
11 Niet wat binnengaat in de mond
ontwijdt de mens, [maakt hem ‘ordinair’]
maar wat uit zijn mond naar buiten komt,
ontwijdt de mens.”
12 Toen zijn leerlingen bij hem kwamen, zeiden ze hem:
“Weet je dat de farizeeën die je woorden hoorden
er aanstoot aan namen?” [zich geschandaliseerd voelden]
13 Hij antwoordde hierop:
“Elke plant die niet geplant werd door mijn hemelse Vader,
zal uitgerukt worden.
14 Laat hen dus!
Het zijn blinden die de weg wijzen aan blinden.
Als nu de ene blinde de weg wijst aan de andere,
zullen beide in een kuil vallen.”
Hoe gemakkelijk kijken we alleen maar naar wat zichtbaar is. We vormen ons oordeel op basis van wat we zien, van wat iemand doet of juist niet doet, terwijl we amper weten wat er in de ander omgaat. Jezus verlegt de aandacht van de buitenkant naar het wezenlijke: naar onze gedachten, naar ons hart. Daar vinden onze woorden, keuzes en relaties hun oorsprong. Die uitnodiging heeft ook vandaag niets aan kracht verloren. We kunnen ons perfect aan regels houden, in de overtuiging dat we zo het goede doen. En ja, regels en gewoontes helpen ons om samen te leven. Maar zodra ze een maatstaf worden om anderen te beoordelen, in plaats van een wegwijzer naar liefde, begrip en verbondenheid, lopen we vast.
De goddelijke logica laat zich niet verblinden door de schijn. Ze kijkt naar de bron waaruit wij spreken en handelen.

