Mt.12,14-21 (18/07/2026)
14 De farizeeën gingen naar buiten
en beraadslaagden hoe ze hem zouden kunnen ombrengen.
15 Maar Jezus besefte dit en ging van daar weg.
Een grote menigte volgde hem en hij genas hen allen.
16 Hij verbood hen nadrukkelijk hem bekend te maken,
17 opdat vervuld zou worden wat gezegd werd door de profeet Jesaja:
18 “Zie mijn kind [pais: kind of dierbare dienaar],
mijn uitgekozene, mijn geliefde,
in wie mijn wezen vreugde vindt.
Ik zal mijn geest op hem leggen
en hij zal aan de volken het rechte verkondigen.
19 Hij zal niet twisten of schreeuwen,
niemand zal zijn stem op straat horen;
20 een geknakt riet zal hij niet breken
en een smeulende vlaspit niet doven;
totdat het rechte zegeviert door hem.
21 En op zijn naam zullen velen hopen.” [Jes.42,1-4]
Jezus veroorzaakt een schandaal. Hij doorbreekt de gangbare opvattingen over de sabbat en plaatst de mens boven de wet. Helend blijft hij mensen nabij, ook als dat weerstand oproept. Zijn manier van leven is zo ontregelend dat de farizeeën plannen smeden om hem uit de weg te ruimen.
Hij kiest de weg van de profeet – zoals Jesaja het verwoordt – niet luid of strijdlustig, maar met stille kracht, zachtmoedig en volhardend. Hij ontmaskert de illusie dat gerechtigheid ontstaat door het eigen gelijk te verdedigen of jezelf te profileren. Het rechte begint waar je je laat raken door de kwetsbaarheid van een ander. De Tora verwoordt het treffend: breek het geknakte riet niet en doof de kwijnende vlaspit niet. De vraag is of ook wij die weg durven gaan. Durven wij mensen op te richten in plaats van hen verder weg te duwen? Wie leeft vanuit G-ds liefde en zich laat leiden door de Geest, mag erop vertrouwen dat het goede uiteindelijk zijn weg vindt, ook door de kronkelige paden van ons leven.

