Mt.2,1-12 (4/01/2026)
1 Toen nu Jezus geboren was
in Betlehem van Judea,
in de dagen dat Herodes koning was,
kijk, daar kwamen wijzen uit het oosten naar Jeruzalem.
2 Die zeiden:
“Waar is de nieuwgeboren koning van de Joden?
Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien
en wij zijn gekomen om voor hem neer te knielen.”
3 Toen koning Herodes dit hoorde,
raakte hij erg verontrust, en heel Jeruzalem met hem.
4 Hij bracht alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen
en ondervroeg hen over waar de Gezalfde [christos/messiah] geboren zou worden.
5 Ze zeiden hem:
“In Betlehem van Judea,
want zo staat geschreven door de profeet:
6 En jij, Betlehem, land van Juda,
bent zeker niet de kleinste onder de leiders van Juda,
want uit jou zal een leider voortkomen
die herder zal zijn voor mijn volk Israël.” [Micha 5,1-3]
7 Toen riep Herodes in het geheim de wijzen
en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd van het verschijnen van de ster.
8 Hij zond hen naar Betlehem en zei:
“Ga, en doe een nauwkeurig onderzoek naar het kindje,
en van zodra je het gevonden hebt, bericht het mij dan,
zodat ook ik voor hem kan komen neerknielen.”
9 Nadat ze de koning aanhoord hadden, gingen ze op weg.
En kijk! De ster die ze in het oosten hadden gezien
ging voor hen uit
tot hij stil bleef staan boven de plaats waar het kindje was.
10 Bij het zien van de ster
werden zij met zeer grote vreugde vervuld.
11 Ze gingen het huis binnen
en vonden het kindje en zijn moeder Maria.
Ze vielen voor hem neer op hun knieën,
openden hun schatkisten
en boden het geschenken: goud, wierook en mirre.
12 Nadat ze in een droom een aanwijzing hadden gekregen
om niet naar Herodes terug te keren,
keerden zij langs een andere weg terug naar hun land.
Gezonde nieuwsgierigheid, gevoed door de passie voor hun werk, zet de wijzen in beweging. Ze zijn een ster op het spoor gekomen die hen intrigeert en dat willen ze onderzoeken. Onderweg zullen ze ongetwijfeld veel besproken hebben. De ene wilde links, de andere rechts; de ene snel vooruit, de andere liever eerst wat meer overleg. Maar telkens opnieuw waren ze bereid hun eigen ideeën bij te sturen. Ze hielden niet krampachtig vast aan hun persoonlijke gelijk, maar stonden open om van elkaar te leren en nieuwe inzichten toe te laten. Tegelijk bleef wel het fundament overeind: dat wat ze uit hun traditie hadden meegekregen. De woorden van de profeet die hen stuwden, en de ster die hen trok, waren hun houvast, hun enige zekerheid. Dat vertrouwen bracht hen waar ze moesten zijn, en daar barstte de vreugde los. Prachtig toch om samen, gedragen door passie en vertrouwen, nieuw leven op het spoor te mogen komen.

