Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mt.17,22-27 (11/08/2025)

22    Toen ze rondtrokken in Galilea,
       zei Jezus tegen hen:
       “De mensenzoon zal overgeleverd worden
       in de handen van de mensen
23    en ze zullen hem doden
       en op de derde dag zal hij opstaan.”
       Ze werden diep bedroefd.
24    Toen ze in Kafarnaüm waren,
       kwamen de inners van de tempelbelasting naar Petrus
       [een in de Joodse wet bepaalde belasting van 2 daglonen per jaar]
       en vroegen:
       “Betaalt jullie meester de tempelbelasting?”
25    “Jawel!”, zei Petrus.
       En toen hij thuis kwam,
       was Jezus hem voor met de vraag:
       “Wat denk je, Simon:
       de koningen van de wereld,
       van wie ontvangen zij belastingen,
       van hun zonen of van de vreemden?”
26    Petrus antwoordde: “Van de vreemden.”
       Jezus zei: “Dan zijn de zonen vrij.
27    Maar om hen geen aanstoot te geven:
       Ga naar het meer, werp een vishaak uit,
       neem de eerste vis die bovenkomt, open zijn bek
       en je zult een stater [munt van 4 daglonen] vinden.
       Neem die en betaal ermee voor mij en jou.”

Jezus is nog in Galilea, ver van het machts- en religieuze centrum, of de problemen beginnen al. Het lijkt onontkoombaar – en Jezus had dat heel snel door – dat zijn boodschap die nochtans niets dan goedheid bracht, toch op heel veel verzet zou stuiten. En dat gaat van het heel grote – zijn kruisdood – tot het heel kleine – of hij wel zijn belastingen betaalt. (Bemerk dat Jezus wel degelijk deze religieuze belasting betaalt; nooit heeft hij zich willen verzetten tégen de godsdienst waarin hij was opgegroeid!)
En hij licht daar zijn leerlingen over in – geen onbelangrijk detail! Tegelijk beseft hij immers dat al wie na hem in zijn Naam zal spreken en handelen hetzelfde te wachten staat! Hen daarvoor behoeden, kan hij niet. Wel wil hij hen bemoedigen met voldoende vertrouwen door te durven gaan. Wat het kleine betreft zal hij er wel in voorzien, en wat het grote betreft spreekt hij hen op een geheimvolle manier over “opstaan op de derde dag”.

Mt.18,15-20 (13/08/2025)

15    Als je broer een fout begaat,
       ga erheen en wijs hem terecht
       – alleen onder jullie.
       Als hij naar je luistert,
       heb je je broer gewonnen.
16    Als hij echter niet luistert,
       neem dan nog één of twee mensen met je mee
       – omdat elk woord gestaafd wordt op grond van twee of drie getuigen. [Deut.19,5]
17    Als hij echter ook aan hen geen gehoor geeft,
       zeg het dan [pas] aan de gemeente [ekklesia/kerk],
       en als hij ook aan de gemeente geen gehoor geeft,
       moet hij voor jullie zijn als een heiden en tollenaar [een buitenstaander].
18    Amen, ik zeg jullie:
       Wat je zult binden op de aarde,
       zal gebonden zijn in de hemelen,
       en wat je zult vrij maken op de aarde,
       zal vrij gemaakt zijn in de hemelen.
19    Opnieuw zeg ik jullie:
       Als twee van jullie
       over wat voor zaak op aarde ook
       in overeenstemming iets vragen,
       zal mijn Vader in de hemelen het voor hen laten gebeuren.
20    Want waar twee of drie bijeen zijn in mijn naam,
       daar ben ik middenin hen!”

”Waar twee of drie bijeen zijn in mijn naam, daar ben ik middenin hen!” In mijn naam samen zijn, kan toch maar enkel in de naam van de Liefde zijn.
En waar deze liefde geschonden wordt, daar moet dat aanhangig gemaakt worden: in de wereld en in de kerk, op je werk en onder je vriendinnen of vrienden, in het maatschappelijke verkeer en binnen de schoot van je familie en gezin. Dat is moeilijk en eng, want je steekt je nek uit en je zult naar alle verwachting als spelbreker en stoorzender worden aangemerkt. Doe het dus heel respectvol voor elkaar:
– hou het zo klein mogelijk, onder vier ogen – hou het transparant, praat met elkaar in plaats van elkaar met mails of facebookberichten te bestoken.
– stel voor zover het in jouw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
Wanneer we, ook al zijn we slechts met twee of drie, in zijn naam deze boodschap van G-ds genadige Liefde be-leven, zal Jezus midden-in-ons zijn!

Mt.20,1-16a (20/08/2025)

     Want het koninkrijk der hemelen is als een landheer
       die vroeg in de morgen naar buiten ging
       om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.
     Hij kwam met hen overeen voor een dagloon
       en zond ze dan naar zijn wijngaard.
3      Toen hij rond het derde uur weer naar buiten ging,
       zag hij anderen, die werkloos waren, op de markt staan.
4       Hij zei tegen hen: “Gaan ook jullie naar mijn wijngaard.
       Ik zal jullie geven wat billijk is.”
     En ze gingen er heen.
       Rond het zesde uur ging hij nog eens naar buiten
       en weer op het negende
       en telkens deed hij hetzelfde.
     Rond het elfde uur ging hij opnieuw naar buiten
       en trof weer anderen daar werkloos staan.
       Hij zei tegen hen: “Wat staan jullie hier de hele dag werkloos?”
     “Niemand heeft ons gehuurd,” antwoordden ze.
       Daarom zei hij opnieuw: “Gaan ook jullie naar mijn wijngaard.
       Je zult ontvangen wat billijk is.”
     Toen het avond was geworden,
       zei de heer van de wijngaard tegen zijn beheerder:
       “Roep de arbeiders en betaal hun het loon,
       te beginnen bij de laatsten, en zo tot de eersten.”
     Degenen van het elfde uur kwamen dus
       en ontvingen elk het dagloon.
10    Toen nu degenen van het eerste uur kwamen,
       meenden zij dat ze meer zouden krijgen.
       Maar ook zij ontvingen elk het dagloon.
11    Ze namen het wel aan,
       maar gingen morren tegen de landheer:
12    “Deze laatsten hebben maar één uur gewerkt
       en je stelt hen gelijk aan ons
       die de lange duur en de brandende hitte van de dag getorst hebben.”
13    Hij antwoordde echter: “Vriend, ik doe je toch geen onrecht?
       Ben je niet met mij overeengekomen voor een dagloon?
14    Aanvaard wat van jou is en ga.
       Ik wil echter aan de laatsten geven zoals aan jou.
15    Mag ik met het mijne niet doen wat ik wil?
       Of ben je kwaad omdat ik goed ben?”
16    Zo zullen de laatste de eersten zijn
       en de eersten de laatsten.

Drie maal staat er dat de landheer zal geven “wat billijk” is. Bij de uitbetaling vernemen we dat dat hetzelfde dagloon is als iedereen. De landheer – G-d – wil dus aan iedereen geven wat hij nodig heeft om de dag door te komen!
Laten we dat even goed tot ons doordringen. Hetzelfde als waar we dagelijks om bidden (in het OnzeVader: Geef ons vandaag ons dagelijks/nodige brood) wíl G-d ons ook schenken, en hij dóet dat ook, zelfs als wij het niet ‘verdienen’! Het ‘koninkrijk der hemelen’ – want daar gaat de hele parabel over – is dus geen ‘verdienmodel’, maar een ‘ontvang-model’! Dat is dus – weeral eens – de wereld op z’n kop.
Maar blijkbaar hebben mensen – ménsen, niet G-d – het daar moeilijk mee. Blijkbaar vinden we ‘wat we nodig hebben’ niet genoeg! Op zich een vreemde redenering – durf het maar even na te gaan –, maar onze dagen zitten er vol van, van dat streven naar ‘méér dan we nodig hebben’!
Hoe bevrijdend zou het zijn als we er durven op vertrouwen dat G-d ons wíl geven wat billijk is …

Mt.22,1-14 (21/08/2025)

     Daarop vertelde Jezus [aan de afgezanten van de Joodse oversten]
       opnieuw een gelijkenis:
     “Het koninkrijk der hemelen is als een koning
       die een bruiloftsfeest houdt voor zijn zoon.
     Hij zond zijn dienaren om de genodigden op te roepen voor het feest, maar zij wilden niet komen.
     Opnieuw zond hij andere dienaren, met de woorden:
       “Zeg tot de genodigden:
       Mijn maaltijd is bereid,
       mijn ossen en mestvee zijn geslacht,
       alles is bereid.
       Kom toch naar het bruiloftsfeest!”
     Maar zij trokken er zich niets van aan en gingen weg,
       de een naar zijn akker, een ander naar zijn handel.
     Nog anderen grepen de dienaren vast
       en mishandelden en doodde hen.
     Toen de koning dit hoorde,
       ontstak hij in woede.
       Hij stuurde zijn troepen
       om die moordenaars om te brengen
       en hun stad in brand te steken.
     Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren:
       “Het bruiloftsfeest was wel bereid,
       maar de genodigden zijn het niet waard geweest [/waren niet bereid].
     Ga naar de wegen die uitmonden buiten de stad
       en nodig al wie je daar zult vinden uit voor het bruiloftsfeest!”
10    De dienaren trokken nu naar die buitenwegen
       en verzamelden allen die ze er vonden,
       slechten zowel als goeden,
       en de bruiloftszaal liep vol met tafelgenoten.
11    Nu kwam de koning binnen om de gasten te begroeten.
       Hij zag een man die niet gekleed was voor een bruiloftsfeest
12    en vroeg hem:
       “Waarom ben je hier binnengekomen
       als je niet gekleed bent voor het feest?”
       Hij verstomde …
13    Daarop zei de koning tegen zijn dienaren:
       “Aan handen en voeten gebonden neem je hem mee
       en werp je hem eruit,
       in de buitenste duisternis.
       Daar zal geween zijn en tandengeknars.”
14    Want velen zijn uitgenodigd,
       maar weinigen behouden.”

Net zoals gisteren vertelt Jezus een parabel om iets duidelijk te maken over ‘het koninkrijk der hemelen’ – dat is: de wereld zoals G-d die droomt en aan de mensen wil schenken – als zij er maar voor open staan.
Ja, ook net als gisteren, staat ‘de koning’ – G-d – daar met een prachtig en gul geschenk in zijn handen. Hij reikt het aan, zomaar, omwille van zíjn vreugde!, maar ze nemen het niet aan. Híj was bereid, maar zij (= wij) niet!
Deze parabel heeft echter een dubbele laag. Het feit dat ze dan maar ‘buiten de muren’ moeten gaan zoeken, spreekt er helemaal over dat geloof/christen-zijn echt niet enkel en alleen te vinden is ‘binnen de muren van het kerkgebouw’! Zoals paus Franciscus het vaak herhaalde: we moeten dringend naar buiten, om dáár de mensen tegemoet te treden, en er – misschien tot onze verbazing – méér geloof aan te treffen dan we zouden denken!
Toch neemt die uitbundige gulheid van G-d niet de vraag naar de bereidheid weg. Dat vertelt ons het laatste deel van de parabel.
Waar bevind ík mij ergens in dit ‘verhaal’?

Mt.22,34-40 (22/08/2025)

34    Maar toen de Farizeeën hoorden
       dat hij de Sadduceeën de mond had gesnoerd,
       kwamen ze bijeen
35    en één van hen, een wetgeleerde, ondervroeg hem:
36    “Meester, wat is het grootste gebod in de wet?”
37    Jezus antwoordde:
       “Je zult de heer je God daad-werkelijk liefhebben,
       met geheel je hart,
       met geheel je geest
       en met geheel je verstand. [Deut.6,5]
38    Dat is het grootste en eerste gebod.
39    Het tweede is daaraan gelijk:
       Je zult wie jou nabij komt
       daad-werkelijk liefhebben als jezelf. [Lev.19,18]
40    Aan deze twee geboden
       hangen geheel de wet en de profeten.

De evangelist Matteus plaatst de vraag naar ‘het grootste gebod’ in de context van een discussie over welke accenten moeten worden gelegd in het geheel van de geboden. Ten tijde van Jezus waren er immers verschillende stromingen die elk hun eigen accenten legden. (We horen er vaak over in de Evangelies: Farizeeën, Sadduceeën, wetgeleerden, …) Maar Jezus laat zich in geen van die kampen duwen. Hij houdt zijn eigen ‘rechte weg’ aan. En dat doet hij door enerzijds naar de kern van de geboden te gaan, en anderzijds er geen of-of-zaak van te maken, maar een en-en!
Je kunt niet waarachtig G-d liefhebben zonder tegelijk ook de mensen lief te hebben – want zij zijn zíjn lievelingen! Even goed kun je niet waarachtig de mensen liefhebben zonder tegelijk ook G-d lief te hebben – want wie ten diepste naar de mens kijkt, ziet G-d!

Mt.23,1-12 (23/08/2025)

     Vervolgens sprak Jezus de menigte en zijn leerlingen toe:
     “De schriftgeleerden en farizeeën zetten zich op de leerstoel van Mozes.
     Neem dus in acht en doe
       alles wat ze jullie zeggen,
       maar handel niet naar hun daden,
       want zij zeggen het wel, maar doen het niet.
     Ze binden zware lasten bijeen
       en leggen die op de schouders van de mensen,
       terwijl ze zelf ze met geen vinger verroeren.
     En de werken die ze doen,
       doen ze om zich te tonen aan de mensen.
       Ze maken hun gebedsriemen breed
       en de kwasten van hun mantel groot.
       [Beide waren uiterlijke symbolen van Godsverbonden leven;
        de wet bepaalde echter niet hoe groot die waren.]
     Ze hebben graag de voornaamste plaatsen
       bij maaltijden en in de samenkomsten [synagoge];
     ze hebben graag dat ze op de markt worden begroet
       en dat ze door de mensen rabbi [mijn meester] worden genoemd.
     Jullie echter moeten je geen rabbi laten noemen,
       want jullie hebben maar één leermeester,
       terwijl jullie allemaal broers en zussen zijn.
     Noem niemand op aarde jullie Vader,
       want jullie hebben maar één Vader,
       de Vader in de hemelen.
10    Laat je ook geen leermeester/leider noemen,
       want jullie hebben maar één leermeester/leider,
       de Gezalfde [christos/messiah].
11    Maar de grootste onder jullie
       zal je dienaar zijn.
12    Wie zichzelf verheft,
       zal klein worden,
       en wie zichzelf klein maakt,
       zal verheven worden.”

Hier hebben we opnieuw een voorbeeld van hoe het er Jezus nooit om te doen is geweest de bestaande godsdienst omver te werpen of iets helemaal anders te beginnen. Integendeel, hij is zelfs heel gezagsgetrouw: “Doe alles wat ze jullie zeggen.”
Maar om dat ‘doen’ gaat het wél! De woorden alleen volstaan niet; ze moeten ook nageleefd en uitgevoerd worden. Daar bekritiseert hij de gezaghebbers over.
Voor ons is het altijd meegenomen dat Jezus’ kritiek zich lijkt te concentreren op de gezaghebbers – waar wij ons dan makkelijkheidshalve niet bij rekenen. Maar zou zijn kritiek niet even veel gelden voor ‘gewone’ gelovigen? Zou daar niet evenzeer gelden dat woorden niet volstaan? Hoe staat het met de (in)consequenties in óns leven? Als wij nu eens alles wat wij zéggen, ook zouden dóen …
Eén van de moeilijkste aspecten echter van het christen-zijn zit hem echter in dat dienaar zijn, dienaar van onze eigen woorden …