Verbonden Leven

Zoek

Zoektip

Zoektip:

tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel) 

Mt.16,13-19 (29/06/2025)

13    Nu kwam Jezus in de streek van Caesarea Filippi [noord-Israël].
       Hij vroeg aan zijn leerlingen:
       “Wie zeggen de mensen dat de mensenzoon is?”
14    Ze antwoordden:
       “Sommigen zeggen Johannes de doper, anderen Elia,
       en nog anderen Jeremia of één van de profeten.
15    Nu zei hij tegen hen:
       “Maar jullie, wie zeggen jullie dat ik ben?”
16    Simon Petrus antwoordde:
       “Jij bent de Gezalfde [Christos/Messiah],
       de zoon van de levende God!”
17    Jezus zei nu tegen hem:
       “Gezegend [vooruit ermee!] ben jij, Simon Barjona [zoon van Jona],
       want niet vlees en bloed hebben dit geopenbaard aan jou,
       maar mijn Vader in de hemelen.
18    En ik zeg jou dat jij een rots [Petros] bent,
       en op deze rots zal ik mijn gemeenschap bouwen
       en de poorten van het dodenrijk
       zullen haar niet te sterk zijn.
19    En ik zal je de sleutels geven van het koningschap der hemelen.
       Wat je zult binden op de aarde,
       zal gebonden zijn in de hemelen,
       en wat je zult vrij maken op de aarde,
       zal vrij gemaakt zijn in de hemelen.”

Petrus en Paulus, de twee ‘tenoren’ van de jonge kerk. Zó groot dat ze zelfs op een zondag gevierd worden. Over Paulus horen we in dit Evangelie uiteraard niets, aangezien hij Jezus niet in levende lijve heeft gekend. Hij heeft wél ‘de Levende’ ontmoet, zo lezen we dat in de Handelingen van de apostelen en in Paulus’ brieven, die een héél belangrijke rol hebben gespeeld – en nog – in de vorming van de eerste christen-gemeenten.
Misschien is het ook wel goed dat een mensengemeenschap gedragen wordt door twee pijlers i.p.v. één?! “Het is niet goed dat de mens alleen blijft,” wist het scheppingsverhaal al, en “twee weten meer dan één,” zegt ook de volksmond.
Het liep niet altijd van een leien dakje tussen die twee. Wellicht toch nog een beetje teveel ego? … – zélfs zij! En toch heeft Jezus dáárop zijn kerk gebouwd. Hoe goddelijk die christengemeenschap ook bedoeld is, ze blijft mensenwerk. Dat kan ons soms misschien ontgoochelen, maar is een realiteit waarbinnen het moet gebeuren. Hoe meer we trouwens de gedachten en ervaringen van een ander toelaten, hoe steviger die kerk zal staan!

Mt.8,18-22 (30/06/2025)

18    Jezus zag het vele volk rondom zich
       en hij beval [aan de leerlingen]
       naar de overkant [van het meer] te trekken.
19    Er kwam daar een schriftgeleerde naar hem:
       “Meester, ik zal je volgen [letterlijk met je meegaan],
       waar je ook gaat.”
20    Jezus antwoordde hem:
       “De vossen hebben holen
       en de vogels hebben nesten,
       maar de mensenzoon heeft niets
       waar hij zijn hoofd kan neerleggen.”
21    Een andere leerling zei tegen hem:
       “Heer, sta mij toe eerst weg te gaan
       om mijn vader te begraven.”
22    Maar Jezus zei hem:
       “Volg mij [letterlijk]
       en laat de doden hun doden begraven.

Jezus volgen heeft consequenties, en die zijn zeker niet altijd makkelijk. Daar windt Jezus geen doekjes om! Hij noemt het klaar en duidelijk. Dat doet hij niet om kandidaat-volgelingen af te schrikken, maar om hen met de nodige realiteitszin én het nodige ‘idealisme’ eraan te doen beginnen. Het zal immers wat vergen. Als ze zonder nadenken of innerlijke bewogenheid hem willen volgen, zullen ze al snel ontgoocheld of ontmoedigd raken en afhaken.
Wat voor de kandidaat-volgelingen tóen gold, geldt nog evenzeer voor kandidaat-volgelingen nú, waaronder wij wellicht ook onszelf rekenen. Durven wij ook de consequenties aan van een waarachtig Christelijk leven? En voeden wij ons daarvoor voldoende aan de innige verbondenheid met Jezus? Als wij alleen maar uit éigen verlangen wat proberen, zullen we al snel opdrogen of het opgeven wegens teveel tegenstand. ‘Realisme’ – nuchter durven nadenken over de logische consequenties van een Christelijk leven – én ‘idealisme’ – een sterke en diepe verbondenheid met Jezus – zijn nodig om in álle omstandigheden volgeling te worden.

Mt.9,9-13 (4/07/2025)

9    Jezus ging van daar verder
       en zag een zekere Matteüs bij het tolhuis zitten.
       “Volg mij,” zei hij tegen hem,
       en hij stond op en volgde Jezus.
10    Jezus ging in op zijn uitnodiging voor een afscheidsmaal.
       En kijk: Veel tollenaars en zondaars kwamen ook
       en lagen mee aan tafel met Jezus en zijn leerlingen.
11    Toen de Farizeeën dit zagen,
       insinueerden ze tegen zijn leerlingen:
       “Waarom eet die meester van jullie met tollenaars en zondaars?”
12    Maar Jezus had dit gehoord en antwoordde:
       “Niet de gezonden hebben een dokter nodig,
       maar de zieken.
13    Ga, en onderzoek wat dit wil zeggen.
       Mededogen wens ik, geen holle offers.
       Niet om de rechtvaardigen te roepen, ben ik gekomen,
       maar de zondaars.”

Jezus nodigt Mattëus uit om hem te volgen en gaat in op de uitnodiging om bij hem te komen eten. De Farizeeën hebben hun oordeel al klaar, maar Jezus gaat in alle openheid naar de tollenaars en zondaars toe. Hij is een en al vrije ruimte waarin de ander zich mag laten kennen. Hij biedt een ruimte aan waarin elkeen zich mag geherbergd weten. Een veilige ruimte waarin mensen hun eigen ziel en kracht mogen ontdekken, en geheeld worden. Als een goeie dokter heelt hij mensen door hen nabij te zijn. Dit is een bewuste keuze, een keuze om erbij te wíllen zijn, zo daadwerkelijk mogelijk en dit telkens weer ook (of liever vooral) bij zondaars. Hij kiest ervoor om mensen niet te be(ver)oordelen op wat ze doen en zorgt ervoor dat ze hun menswaardigheid niet verliezen of dat ze niet aan de vergetelheid worden overgelaten.
Mattëus is hem zonder aarzelen gevolgd. Aan ons om te onderzoeken wat dit concreet in ons leven zou kunnen betekenen.

Mt.9,14-17 (5/07/2025)

14    Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Jezus
       en vroegen hem:
       “Waarom vasten wij en de farizeeën wél,
       maar vasten jouw leerlingen níet?”
15    Jezus antwoordde hen:
       “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet treuren
       zolang de bruidegom bij hen is?
       Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen.
       Dan zullen zij vasten.”
16    Niemand naait een lap van ongekrompen stof op een oud kledingstuk;
       anders trekt het nieuwe aan het oude en wordt de scheur erger.
17    En niemand doet nieuwe wijn in oude leren zakken;
       anders doet de wijn de zakken barsten
       en gaat de wijn verloren met de zakken.
       Nee. Nieuwe wijn hoort in nieuwe leren zakken.”

Het mopperen blijft aanhouden. Gisteren werd Jezus’ vriendschap en het feesten met tollenaars en zondaars in vraag gesteld. Nu klinkt de vraag over hun vastenpraktijk, die in de ogen van omstaanders nieuw lijkt. Het is van alle tijden: mensen zijn behoudsgezind, met als gevolg, dat ze vaak aarzelen om nieuwe dingen toe te laten. Iets nieuws beginnen roept immers vragen op. Nieuwe dingen toelaten wil zeggen oude loslaten en dat is niet evident. Het is een sprong wagen en vertrouwen dat het goed komt.
Jezus veroordeelt hier niet wat er gebeurt, of er nu gevast wordt of niet. Wel nodigt hij de leerlingen uit om niet krampachtig vast te houden aan wat was. Ga ten volle voor het ontluikende nieuwe en laat het oude los. Hij daagt ze uit om zich te openen voor het nieuwe. En waarschuwt hen dat een combinatie van oud en nieuw niet zal werken. Ze zullen samen ten onder gaan.
Ga ervoor! Er zal nog tijd genoeg zijn om te vasten als het lastiger wordt of als de inspirator uit het zicht verdwijnt.

Mt.9,18-26 (7/07/2025)

18    Hij was nog niet uitgesproken, of kijk:
       er kwam een overste [van de synagoge] naar hem,
       boog voor hem neer en zei:
       “Mijn dochter is zojuist gestorven,
       maar kom, leg haar je hand op
       en ze zal leven.”
19    Jezus veerde op [werd klaarwakker] en volgde hem,
       samen met zijn leerlingen.
20    En kijk, er was een vrouw
       die al twaalf jaar aan bloedverlies leed
       die hem langs achteren naderde
       en de zoom van zijn mantel aanraakte.
21    Want ze dacht:
       “Zelfs als ik alleen maar zijn mantel aanraak,
       zal ik bevrijd worden.”
22    Maar Jezus draaide zich om en zag haar:
       “Wees gerust dochter, je vertrouwen heeft je bevrijd.”
       En vanaf dat uur was de vrouw bevrijd.
23    Nu kwam Jezus in het huis van de overste.
       Hij zag de fluitspelers en de vele getroebleerde mensen
24    en zei hen: Ga weg [maak plaats],
       want het meisje is niet gestorven, maar slaapt.”
       Maar ze lachten hem uit.
25    Toen de menigte dan buitengedreven was, ging hij binnen.
       Hij nam haar hand vast en het meisje veerde op [werd klaarwakker].
26    Het verhaal hierover ging rond in heel de streek.

Twee situaties waarin geloof en vertrouwen op heel uiteenlopende wijze geuit worden. De ene keer is het een overste die nederig (hij boog neer), maar kordaat (kom, leg je hand op en ze zal leven) het lot van zijn dode dochter aan Jezus toevertrouwt. Bij de andere situatie gaat het over een vrouw die in alle stilte, zonder één woord te spreken, Jezus’ kleed aanraakt in de overtuiging dat hij wel weet wat haar gevangen houdt.
Elke keer gaat het over vertrouwen als basis voor genezing, en hoe dit geuit wordt – met of zonder woorden – speelt blijkbaar geen rol. Het effect is hetzelfde. Jezus ziet het lijden en het vertrouwen en hij laat zich (aan)raken. Hij reikt zijn leven-gevende, bevrijdende Liefde aan en doet hen opstaan tot ‘nieuw’ leven. De rouwklagers daarentegen stuurt hij weg, omdat ze op de dood zijn gericht.
Hoe bevrijdend kan het zijn dat ene woord, dat kleine gebaar. Waarom zouden we dat woord niet spreken of dat gebaar niet stellen? Het vraagt geen moeite, en het maakt een wereld van verschil voor zij die het mag ontvangen.

Mt.9,32-38 (8/07/2025)

32    Toen ze uit het huis kwamen,
       brachten ze iemand bij hem
       die stom was en door een demon bezeten.
33    Nadat hij de demon had verdreven,
       begon de stomme te spreken.
       Iedereen was vol verwondering:
       “Nog nooit heeft zoiets zich getoond in Israël!”
34    De farizeeën echter zeiden:
       “Het is door de aanvoerder van de demonen
       dat hij de demonen verdrijft.”
35    Jezus trok rond langs alle steden en dorpen.
       Hij gaf onderricht in hun plaatsen van samenkomst
       en verkondigde het bevrijdende nieuws van het koninkrijk
       en hij heelde elke ziekte en elke zwakte onder het volk.
36    Toen hij de menigte echter overzag,
       werd hij diep innerlijk bewogen om hen,
       omdat ze opgejaagd en krachteloos waren,
       als schapen zonder herder.
37    Hij zei tegen zijn leerlingen:
       “De oogst is wel overvloedig,
       maar arbeiders zijn er weinig.
38    Vraag daarom aan de heer van de oogst
       dat hij arbeiders uitstuurt in zijn oogst.”

Rafelrandmensen waren er toen en zijn er nog steeds. Je kan er moedeloos of zelfs fatalistisch door worden: Er is toch niets aan te doen. Of je kan je door hen laten raken en in beweging laten brengen.
Jezus kiest voor de tweede optie. Hij laat zich raken en brengt mensen terug in de maatschappij. Hij leeft vanuit een Visioen, nl. een nieuwe wereld waar Léven mogelijk is voor elke mens. Daarbij ziet hij ook de moedeloosheid en het gebrek aan toekomstperspectief bij de mensen. Hij heeft met hen te doen. Ze zijn leidingloos. Ze hebben leiders nodig die zich dienstbaar opstellen. Zulke leiders zijn er te kort … veel tekort (nog steeds). Jezus zag dat en hij deed wat moest gedaan en hoopt dat zijn leerlingen (jij? en ik?) eveneens in beweging zullen komen en bidden zodat er ogen open gaan en er dienende leiders opstaan en zelf dienende leiders zíjn!