Mt.8,1-4 (26/06/2026)
1 Nu daalde Jezus af van de berg.
Een grote menigte volgde hem.
2 En kijk, er kwam een melaatse.
Die knielde voor hem neer en zei:
“Als het in jouw bedoeling ligt,
heb je de volmacht mij te reinigen.”
3 Jezus strekte zijn hand uit en raakte hem aan:
“Ik wil, word gereinigd!”
En onmiddellijk werd zijn melaatsheid gereinigd.
4 Jezus zei hem:
“Let op dat je aan niemand iets zegt,
maar ga [naar de tempel in Jeruzalem]
en laat je zien aan de priester
en offer voor je reiniging
wat Mozes heeft geboden,
als een getuigenis voor hen.”
‘Geen woorden maar daden’ …? Jezus voegt de daad bij het woord! 😊 Of je zou eigenlijk nog sterker kunnen zeggen: Bij Jezus vallen woord en daad samen. Goddelijk als hij immers is, is zijn woord altijd een daadkrachtig scheppingswoord.
En is het je al opgevallen dat Jezus meestal erg weinig woorden gebruikt? Specifiek in de daadkrachtige gebeurtenissen van de genezingen, spreekt hij vaak maar één zin, soms maar één woord. Trouwens, zijn hele openbare leven was bijzonder kort, maar kijk eens wat een zeggingskracht!
Misschien moeten wij zelf ook op dat punt wat meer de daad bij het woord voegen. Wij zeggen toch leerlingen van Jezus te zijn? Zouden we dan niet wat meer moeten zwijgen? Of preciezer: Zouden we onze woorden niet meer vanuit onze innerlijke kern, onze verbondenheid met G-d, moeten laten komen, zodat ze wellicht beperkter, maar des te ‘sprekender’ zouden zijn?

