Mt.5,17-37 (15/02/2026)
17 “Denk niet dat ik gekomen ben
om de wet en de profeten te ontbinden.
Ik ben niet gekomen om te ontbinden,
maar om te vervullen.
18 Amen, ik zeg jullie:
Totdat hemel en aarde voorbijgaan,
zal niet de kleinste letter van de wet voorbijgegaan zijn
– totdat alles is gebeurd.
19 Wie dus ook maar het kleinste van de geboden loslaat
en het zo leert aan de mensen,
zal de kleinste genoemd worden in het koningschap van de hemelen.
Wie ze echter doet en leert,
die zal groot genoemd worden in het koningschap van de hemelen.”
20 “Ik zeg jullie:
Als je integriteit die van de schriftgeleerden en farizeeën niet overschrijdt,
zul je niet binnengaan in het koningschap van de hemelen.
21 Jullie hebben gehoord dat er gezegd is tot die-van-het-begin:
Je zult niet doden [Ex.20,13];
wie doodt moet onderworpen worden aan het oordeel.
22 Ik echter zeg jullie:
Ieder die vertoornd is op zijn medemens
moet onderworpen worden aan het oordeel;
wie zijn medemens uitscheldt,
moet onderworpen worden aan de raad [locale of supralocale rechtszetel];
wie zijn medemens verwenst,
moet onderworpen worden aan de gehenna van het vuur.
23 Wanneer je je gave naar het altaar brengt
en daar herinner je je dat je medemens iets tegen je heeft,
24 laat dan je gave voor het altaar daar,
ga je dan eerst verzoenen met je medemens
en kom dan met je gave.
25 Wees voortdurend geneigd je tegenstander tegemoet te komen
zolang je met hem onderweg bent,
zodat hij je niet overlevert aan de rechter,
de rechter vervolgens aan de gerechtsdienaar
en je in de gevangenis wordt geworpen.
26 Amen, ik zeg jullie:
Je zult daar niet uit geraken
voordat je tot de laatste cent hebt betaald.”
27 “Jullie hebben gehoord dat er gezegd is tot die-van-het-begin:
Je zult geen overspel begaan. [Ex.20,14]
28 Ik echter zeg jullie:
Ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren,
heeft in zijn hart al overspel met haar begaan.
29 Als je oog je ten val brengt:
ruk het uit en werp het weg!
Het is beter voor je dat één van je leden verloren gaat
dan dat heel je lichaam in de gehenna geworpen wordt.
30 En als je hand je ten val brengt:
hak haar af en werp haar weg!
Het is beter voor je dat één van je leden verloren gaat
dan dat heel je lichaam in de gehenna geworpen wordt.
31 Er is gezegd:
Wie zijn vrouw wegzendt moet haar een scheidingsakte geven. [Deut.24,1]
32 Ik echter zeg jullie:
Ieder die zijn vrouw wegzendt,
maakt haar tot iemand met wie overspel begaan wordt
– behalve om reden van hoererij –
en wie de weggezondene huwt, begaat overspel.”
33 “Opnieuw, je hebt gehoord dat er gezegd is tot die van het begin:
Je zult je eed niet breken,
maar voor de Heer gedane beloften nakomen. [Deut.23,22]
34 Ik echter zeg jullie:
Zweer helemaal niet!
Noch bij de hemelen,
want dat is de troon van God;
35 noch bij de aarde,
want dat is zijn voetbank;
noch bij Jeruzalem,
want dat is de stad van de grote Koning;
36 noch bij je eigen hoofd,
want je kunt niet één haar wit of zwart maken.
37 Daarentegen moet jullie woord zijn:
ja is ja, en nee is nee;
en al wat daar bij komt is uit den boze!”
De Bergrede was een heel nieuwe kijk op het omgaan met wetten en normen. Misschien staan we in deze tijd wel voor een gelijkaardige opdracht? De lezing van vandaag kan ons hiertoe op een leven-gevend spoor zetten.
Jezus situeert zich tegenover de Joodse Wet. “Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen,” zegt hij, en dan noemt hij enkele casussen op en hoe hij daarover denkt.
Elke keer wordt het objectieve kader doorprikt en stelt Jezus een vraag naar de innerlijke gesteldheid. Dat is lastig, want de nieuwe Wet blijft vragen hoe je er innerlijk aan toe bent. Jezus doet dit niet om mensen aanhoudend te beschuldigen maar opdat ze innerlijk vrij zouden worden en beschikbaar om door liefde geraakt te worden en zelf liefde uit te stralen. We mogen niet vergeten dat deze nieuwe Wet de armen in het centrum had geplaatst en dat al ons handelen voortaan van daaruit zou voortkomen. Alle zelfrechtvaardiging waarbij men zich hult in een objectieve mantel houdt hier op. Er is enkel nog de altijd maar verinnerlijkende vraag: wie ben je en hoe is je gesteldheid?

