Mt.10,34 – 11,1 (13/07/2026)
34 Denk niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde.
Ik ben niet gekomen om vrede te brengen,
maar een [onderscheidend] zwaard.
35 Ik ben gekomen om op gespannen voet te zetten:
een mens tegen zijn vader,
een dochter tegen haar moeder,
een schoondochter tegen haar schoonmoeder.
36 Iemands huisgenoten zullen zijn vijanden worden.
37 Wie zijn vader en moeder bemint boven mij,
is mij niet waard;
wie zijn zoon of dochter bemint boven mij,
is mij niet waard.
38 En wie zijn kruis niet aanneemt en mij achterna komt,
is mij niet waard.
39 Wie het waarachtige leven [geest-ziel] gevonden heeft,
die zal het verliezen,
en wie het waarachtige leven [geest-ziel] verloren is omwille van mij,
die zal het vinden.
40 Wie jullie verwelkomt,
verwelkomt mij,
en wie mij verwelkomt,
verwelkomt hem die mij gezonden heeft.
41 Wie een profeet verwelkomt
omdat het een profeet is,
zal het loon van een profeet ontvangen;
en wie een rechtvaardige verwelkomt
omdat het een rechtvaardige is,
zal het loon van een rechtvaardige ontvangen.
42 En wie één van deze kleinen
een beker friste te drinken zal geven
alleen maar omdat het een leerling is,
amen, ik zeg jullie:
die zal zijn loon niet ontgaan!”
1 Toen Jezus deze opdrachten aan zijn leerlingen beëindigd had, vertrok hij van daar
om te onderrichten en te verkondigen
in hun steden.
Het is helaas waar, toen én nu: Jezus’ boodschap, die nochtans alleen maar go(e)dheid brengt, wordt niet altijd van harte verwelkomd. Meer nog, ongewild doet het mensen op gespannen voet met elkaar komen te staan. Dat kan gaan van letterlijke vervolging en vermoord worden erom, tot beschimping alla ‘hoe kun je nu nog zo naïef zijn om daarin te geloven’.
Makkelijk te dragen zijn die reacties sowieso niet. Jezus is daar echter onomwonden over: “Wie zijn kruis niet aanneemt en mij achterna komt, is mij niet waard.”
Wij als Christen zijn geroepen tóch deze weg te gaan, en daartoe is het goed twee dingen uit dit Evangelie te onthouden: 1° Het is een weg die leidt naar
waarachtig en vol – ‘eeuwig’ – leven. 2° Er zullen altijd mensen zijn die wél zien dat we dat go(e)de proberen te brengen en ons daarom “een beker friste te drinken” zullen geven.
Als je die roeping te hoog gegrepen vindt voor jezelf – denk dat echter niet te snel! – dan kunnen we toch minstens díe mensen zijn die anderen die “beker friste te drinken” geven.

